FLUITENKRUID

Afbeelding

2013 05 27

Op onze lange rit door Nederland zie ik dat de bermen gelukkig toch nog veel Fluitenkruid bevatten. Als fijne witte krullen sieren de transparante schermbloemen het groen. Fietsers gaan er tot aan hun oksels in schuil. Bij die aanblik stoort heel even het obligate grijs niet meer.

Rondom ons dorp is dat anders, en ook hier, langs onze route, zijn soms hele stukken kaalgeschoren, prozaïsch plat. De hoog begroeide bermen waren momenteel nog het enige zichtbare teken dat het Meimaand is. Dat merkteken wordt rigoureus verwijderd door brommende machines met gretige metalen armen. Wat nu verdwijnt komt tot volgend jaar niet meer terug. Samen met de bloemen zullen ook insecten verdwijnen, vogelnesten worden vernield, terwijl groencomposteringsbedrijven zich in de handjes wrijven. Alle aanduidingspaaltjes zijn weer goed te zien, er kan weer veilig gereden en gefietst worden. 

Of is het geen economisch gewin, of een veiligheidsvoorschrift, maar schaamte voor ogenschijnlijke slordigheid, dit kaal scheren? Nederland moet een propere en ordelijke uitstraling houden? Ik moet denken aan de biljartbal-hoofden van nog jonge mannen. Bij het allereerste dunne plekje op hun schedel moest het haar er helemaal af. Niet willen weten dat de tijd voortschrijdt, jong is de mode.

Schaamte. Of geen besef van wat mooi is. Onwillekeurig ga je de parallellen zien als je zoals ik twee begaafde kunstenaars als kinderen hebt. Ze werken hard, ze presteren bewonderenswaardig en ze blijven nog in leven, gelukkig. Maar hun bestaan wordt dagelijks bedreigd door kaalslag. De overheid snoeit er onbezonnen op los. Wat nu verdwijnt komt nooit meer terug.

Desondanks loop ik even later langs de wanden van de galerie waar mijn jongste zoon een mooie en druk bezochte expositie heeft. Op zijn schilderijen is de natuur nog ongerept. Straatbeelden worden sfeerbeelden door lichtschijnsel in glimmend asfalt. Regen als inspiratiebron. Een kunstenaar blijft het positieve zien in dingen waarover ‘gewone’ stervelingen mopperen. Schoonheid is overal, voor creatieve geesten. 

Mijn oudste zoon komt zijn broer verrassen met zijn onaangekondigde aanwezigheid. Meteen na zijn werk, cello op de rug, zijn vrouw aan zijn zijde. En zijn zoontje, ons kleinkind. Daar staat hij, nog niet eens tot de knieën van de volwassenen reikend, maar helemaal aanwezig. Zijn blik vangt de onze, en met een brede lach stort hij zich in mijn armen. ‘Oma!’. Ik moet hem optillen, zijn wijsvingertje gaat naar de schilderijen. Kijken wil hij, alles zien, en zoeken of er een ‘bougligoum’ (molen) bij is. We slaan geen schilderij over, hij benoemt herkenbare voorwerpen, hij aait de sculptuur van een poes. Zijn fijne blonde krullen vonken in het licht van de schijnwerpers. Hij is mijn Fluitenkruid. Hij geeft hoop. Als hij volwassen is zal wellicht weer naar Kunst verlangd worden in plaats dat ze nog slechts gedoogd wordt. Nu al is het duidelijk dat hij tot diegenen zal behoren die schoonheid blijven zien en erin durven geloven. Alles is nog niet verloren. 

Dat hij vlak voor ons vertrek met een graai van zijn handjes een drinkglas breekt beschouw ik als een teken van geluk.

 
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s