HANS LOYEN

2020 11 14

Het is 44 jaar geleden dat ik, hoogzwanger van mijn tweede kindje, met mijn zoontje van nog geen twee jaar een wandelingetje maakte. Enkele honderden meters verwijderd van ons huis zag hij kippetjes naast een vrijstaand huis. We bleven staan kijken, toen er een vervaarlijke hond achter het kippengaas tevoorschijn sprong. Achter hem aan kwam een norse man, die iets vroeg in half Duits-half Limburgs. Ik wist hem te ontdooien, en we wisselden enkele zinnen.

Niet lang na deze ontmoeting was op een warme augustusavond het dorp in rep en roer. We hoorden sirenes, er werden straten afgezet, en de volgende dag lazen we in de krant dat er een oorlogsmisdadiger was opgepakt, afkomstig uit ons dorp. 

De verslagen die nadien in de krant verschenen heb ik op chronologische volgorde bewaard.

Want deze oorlogsmisdadiger bleek de man te zijn met wie ik dat korte gesprek gevoerd had.

Voormalig dorpsgenoot Hans Loyen wordt ‘de beul van Brobuisk’ genoemd. Hij was een uitgesproken sadist. Martelen en moorden verschafte hem genoegen. Over hem is nu een boek verschenen, en ik heb moeten wachten op de tweede druk. Dat boek nu in handen te hebben bezorgt me rillingen. Hier vlakbij had hij zijn woonplek. Daar heb ik oog in oog gestaan, mijn kind aan de hand, met een monster dat ‘ in Brobuisk eigenhandig meer dan honderd Joden doodde op een manier die alle voorstellingsvermogen te boven ging’. ‘De tegen Loyen uitgebrachte dagvaarding vermeldde onder meer massa-executie door de kogel, ophanging, wurging door de laars op de keel te zetten, levend begraven, verdrinking, doodschoppen, doodslaan, en het afhakken van geslachtsorganen’. 

Het is een huiveringwekkend besef dat de tijd tussen mijn gesprekje met deze man en zijn beestachtige wandaden korter was dan de tijd vanaf dat gesprekje tot nu. Achteraf lijkt het of ik -toen- bijna met mijn neus boven op die verschrikkingen ben geweest. Alsof ze me hadden kunnen aanraken.

In dezelfde zomer werd ook voormalig SS-er Pieter Menten opgepakt. Die was inmiddels een vermogend kunstverzamelaar, en aanvankelijk kwam hij er beter van af dan de eenvoudige Loyen. In het dorp sneerden de mensen: ‘Mente hèt cente. Loye môt blooje’. Het leek of men ondanks alles medelijden met de dorpsgenoot had, door een ogenschijnlijk oneerlijke behandeling.

Het boek moet ik nog gaan lezen. Maar ik weet dat Hans Loyen niet meer verder kon leven toen de rechtbank en de getuigen zijn geheugen hadden opgefrist. Hij keek vanaf dat moment recht de hel in die hij zelf had veroorzaakt, en die hij succesvol vergeten was. In 1980 ontsnapte hij uit de inrichting waar hij was opgenomen, en gooide zichzelf voor een trein.

Zijn huis werd met de grond gelijk gemaakt. Niets herinnert daar nog aan zijn bestaan. Maar dit boek van de hand van journalist Peter Hamans wekt hem tijdelijk weer tot leven. Opdat wij nooit vergeten.

Dit bericht werd geplaatst in geheugen, historie, Horn, lezen/literatuur, verleden, wandeling en getagged met , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

6 reacties op HANS LOYEN

  1. Zo komen al die verschrikkingen heel dichtbij. Heftig om te lezen ook, lijkt mij.

  2. Joop zegt:

    Hoi Henny,

    Waar was dat ergens?
    Dat huis dat er nu niet meer is?

    Gr Joop

  3. Wat een gruwelijk verhaal zeg. Dat jij oog in oog met die man hebt gestaan…brrr.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s