IN DE WOLKEN

2020 08 01

Mijn slanke lijn ging in rook op aan de barbecue die de buurman ons aanbood. In tijden van corona kun je aldus elkaar het leven aangenaam maken, en dat zonder mondkapje!

Het is oneindig lang geleden dat ik aan een barbecue deelnam. De wreedheid van de vleesindustrie heeft die vorm van maaltijden onbemind gemaakt. Altijd wanneer ik een kudde mooie koeien zie is het gele plastic merkplaatje in hun oren een desillusie. ‘Ze dragen zelf de administratie van het slachthuis al in de oren’, zegt mijn lief dan treurig. Verder wijzen de onontkoombare maïsvelden, die in dit jaargetijde het landschap ontsieren, erop dat we met teveel varkens aan de gang zijn. 

Maar voor een ouderwetse huisvrouw als ik blijft het intussen toch aangenaam wanneer een man zich zo beijvert om haar alle werk uit handen te nemen.

Het zijn immers meestal mannen, die de bezigheid van het barbecuen op zich nemen.

Hij had het gevarieerd aangepakt. Het vuur werd gaande gehouden door houtsnippers, die tevoren in whisky waren gedrenkt. De stukken vlees op het rooster bleven binnen beschaafde maten, en tijdens het wachten en het kijken naar zijn bewegingen smulde ik van een salade en van een heerlijke knoflooksaus. De kinderen konden intussen het bombardement aan eiwitten kwijt met demonstraties op de trampoline. 

Kleine stukjes vlees of niet, al met al constateerde ik na afloop dat ik een vol uur non-stop had zitten eten. Gaat dat nog goed komen?

Van de goede buurman bewaar ik dit plaatje, waarop hij als een weldoende engel op zijn witte wolk zit. De engel deed na verloop van tijd puffend zijn shirt uit.

Toen was hij nog mooier.

En die aanblik leverde me energie zonder eiwitten!

Geplaatst in actualiteiten, buurman, kinderen, maaltijd, positie van de VROUW | Tags: , , , , , , , , , , | 1 reactie

NU NOG NIET

2020 07 31

Deze laatste dag van juli is het heel warm. Omdat ik weet dat Nederlandse warmte afmattender is dan Provençaalse (droge) warmte, besluit ik om vandaag geen activiteiten te ontwikkelen. Behoudens summiere boodschappen wil ik in de buitenlucht in de schaduw zitten, en lezen.

Ik koop de regionale krant, en net wanneer ik me daarmee in mijn stoel wil installeren glijdt het magazine van het Aquarel Instituut België -waarvan ik lid ben- door de brievenbus. Toe maar! De krant, een boek, en de Aquarelinfo. Wie doet me vandaag nog wat!

Ik blader door ons tijdschrift, dat er heel mooi en uitnodigend uitziet. Naast besprekingen van klassieke kunstwerken van aquarellisten vind je in dit tijdschrift actuele zaken rondom onze vereniging, zoals aankondigingen van exposities, verslagen van  schilderbijeenkomsten, en ook wordt elke keer een speciaal AIB-lid in de spotlights gezet. 

Groot is mijn verrassing, als ik tenslotte stuit op een van mijn eigen aquarellen. Paginagroot afgedrukt illustreert dit verwelkend bloemboeket een tekst van Toon Tellegen. Die combinatie moet een vondst van onze voorzitter geweest zijn. Zij is immers taalkundige.

Bij het lezen van deze tekst voel ik ontroering opkomen. Want deze dagen ben ik met mijn gedachten bij twee dierbare vrienden. Een van hen is uit het leven aan het wegglijden. De ander ligt opeens met een hersenbloeding in het ziekenhuis. Toon Tellegen laat de bloem over de rand van de vaas buigen, ‘ om te zien of zijn afgrond een bodem heeft?’

Tenslotte laat hij de bloem zichzelf afvragen of die ‘zou weten wanneer ik moest verwelken?’ 

Het onzekere perspectief wordt hier tegenover het euthanasievraagstuk geplaatst. 

Wanneer kun je gaan? Wie bepaalt of het onze tijd is?

Ik kijk naar mijn uitnodigende leesvoer. Ik denk vooruit aan de barbecue waarvoor we vanavond zijn uitgenodigd. En ik besluit, samen met Toon Tellegen: ‘Nu nog niet’.

EEN BLOEM

Als ik een bloem was,
zou ik dan nu bloeien?
Of zou ik een bijzondere bloem zijn,
een onvoorstelbare bloem,
een bloem die niet kan kiezen tussen bloeien
en niet bloeien,

En die over de rand van een vaas voorover
leunt
om te zien of zijn afgrond een bodem heeft?

Of zou ik alleen maar kunnen bloeien,
moeten bloeien,
rood en gedachteloos,
op een ongerepte schoorsteenmantel, ergens
tussen schaamte en geluk?

En als ik een bloem was,
zou ik dan weten wanneer ik moest verwelken?
Nu nog niet?

Geplaatst in aquarel, bloem, poëzieliteratuur, vereniging/club, vriend | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , | 3 reacties

IK KAN WEL MAAR IK MAG NIET

2020 07 30

Een lavendelveld in ons land, bestaat dat? Het is als een Nederlander die franse chansons probeert te zingen. Hoe mooi misschien ook, het blijft een beetje surrogaat.

Maar we hébben er een, hier aan de rand van ons dorp. Ik herken de geur ervan zodra ik nader, en ziedaar: de purperblauwe bloemetjes zeggen mij: ‘Ik wil wel maar ik kan niet’. De lavendelpollen zijn anders gevormd dan die in de Provence. Hier staan ze recht overeind, terwijl ik gewend ben dat ze komvormig zijn.

Lavendel, behorend tot de lipbloemigen. Ze is net als tijm en rozemarijn een specerijachtige, aromatische plant. Een kleine struik, eigenlijk, die in gunstige omstandigheden wel 40 jaar oud kan worden.

In Buis les Baronies leerde ik ooit dat er talloze variëteiten bestaan, en dat je -aldaar- in de winkel goed moet uitleggen waarvoor je lavendel wilt gebruiken. Wil je er thee van trekken? Wil je je salades ermee verrijken? Of moet je linnengoed ermee opgefrist worden?

Ik persoonlijk stap graag in een lavendelgeurend bad. En op de zuidelijke markten geuren de lavendelzeepjes je al van verre tegemoet. De naam ‘Lavande’ stamt dan ook van het Latijnse woord ‘lavare’, dat ‘wassen’ betekent. Ook bij de Romeinen en Grieken al was lavendel de favoriet als baadmiddel. Heerlijk is nog altijd de etherische lavendelolie, die een probaat middel tegen muggen zou zijn. Als je in Vaison la Romaine of in Arles een openluchttheater betreedt dan loop je te midden van de mensenmenigte in een lavendelwolk.

Ik sta aan de rand van dit Limburgse lavendelveld, en ik probeer me te verbeelden dat ik in Grignan aan de voet van het Middeleeuwse kasteel sta. 

Maar dat lukt niet. Ik mis het oogverblindende zonlicht. Ik mis het geschater van de cigales. Desondanks vind ik het bestaan van dit veld een positieve poging, die gunstig afsteekt bij de ziekelijke kaalslag in onze gemeente. Al twee dagen lang klinkt vanaf precies acht uur ’s ochtends het vervaarlijke lawaai van een agressieve ‘wesp’: een deel van het dorp moet verdragen hoe één man, met oordoppen op, de grasrandjes millimetert. Keurig netjes moet alles zijn, zodat vlinders en insecten geen kans meer krijgen. Dat hij met de aandrijfmotor het milieu vervuilt met stank en kabaal, is onbelangrijk. Verderop, buiten het dorp, verwijderden onverlaten een tiental reuzendistels langs ons wandelpad. Ze waren opzienbarend, het waren kunstwerken van een prachtige structuur en tint. Unieke planten. Maar nu liggen ze vernield in de berm, er is niets meer van over.

Alles wat groot groeit moet weg. Zoals we zelf momenteel met mondkapjes willen lopen, zo muilkorven we ook de natuur. Tegenover ‘Ik wil wel maar ik kan niet’ geldt hier: ‘Ik kan wel, maar ik mag niet’. Ik kan niet anders dan me daartegen blijven verzetten.

Geplaatst in actualiteiten, Frankrijk, Horn, kruiden, Leudal, Nederland, Provence, wandeling | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

VOLDOENING

2020 07 29

De dinsdag van gisteren beloofde in de ochtenduren een echte ‘koppendinsdag’ te worden, met voorbij jagende donkere wolken en soms regendruppels. Maar rond de middag nodigde de zon ons uit om, samen met een koppenvriendin, er op uit te trekken met onze schilderspullen. Vlak bij huis streken we neer naast de plaatselijke moestuinen, die nu op hun mooist zijn. De gewassen hebben hun volle rijpheid bereikt, en de indeling van die tuinen vertoont een mooi ritme van rechte banen met sla, worteltjes, en kool. Deze banen worden afgewisseld met vierkante vlakken van bijvoorbeeld pompoenen, die hun sierlijk blad over het geheel slingeren. Elders staat een ‘wigwam’ van staakbonen, er zijn her en der netten gespannen over halve hoepels, en verderop wordt een pergola met kleurige bloemen gesierd. 

Ooit kreeg ik van een voormalige tuin-eigenaar permissie om de bijna al door-schietende spinazie van zijn veld te plukken. Ik zag zó veel spinazie staan dat ik mijn moeder en een zus optrommelde om mee te komen plukken, zodat we onze diepvries konden vullen. 

Naderhand kreeg ik van de onthutste eigenaar te horen dat ik me heel de spinazievoorraad van zijn buurman had toegeëigend… Die staat daar nu soms nog te schoffelen als ik de tuinen passeer op mijn wandelingen. En steevast roept hij dan waarschuwend: ‘Ik heb de hond bij me!’

Dat waren mijn herinneringen, terwijl ik op het papier de compositieschets voor mijn aquarel maakte. Het was een moeilijk onderwerp. Maar ik werd door niemand gestoord, en de af en toe fel-opstekende wind droogde elke verflaag snel. Ik kon bijna zonder onderbreking doorwerken. Verderop stond de koppenvriendin achter haar ezel. Zij werkte met olieverf. En nog verder weg zat mijn lief op zijn krukje en maakte een pentekening. Het waren heerlijke uren. 

Rond borreltijd beschouwden we ons werk als afgerond, en we begaven ons naar ons huis. Daar rondden we de avond af met een aperitief en een maaltijd, die doorging tot bij kaarslicht. Alle drie hadden we hetzelfde weldadige gevoel van voldoening. Onze dag was aangenaam besteed, en onze resultaten mochten er zijn. Na schilderend doorgebrachte uren is je hoofd leeg en je papier of doek gevuld. Het lijkt een verplaatsing van energie, die kleur geeft aan je dag. Nooit beter dan op zo’n moment smaken dan een koele rosé en een goed maal. De aquarel blijft een zichtbare herinnering daaraan. 

Geplaatst in aquarel, dinsdagavond, herinnering, hobby, portretgroep, regen, schilderkunst, verleden, vriendin, zon | Tags: , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

VIJF MAANDEN

2020 07 28

Na vijf maanden corona zijn we gewend geraakt aan beelden waarnaar we een jaar geleden met  grote verbazing gekeken zouden hebben.

Zo ligt er nu af en toe in plaats van, of bij, colablikjes en chipszakken een weggegooid voorwerp op straat dat veelzeggend is. We hoeven geen twee keren te kijken voor we constateren om welk voorwerp het gaat. 

Hoeveel virussen zitten hier nog aan?

Ik raap het dus niet op om het ergens in een container te droppen, maar ik loop er met een boog om heen.

Na vijf maanden zijn we eraan gewend om bepaalde plekken te vermijden. Een jaar geleden zou een ander ons bezorgd hebben gevraagd: ‘Heb je een speciale fobie?’

Na vijf maanden kijken we er niet meer van op als we onze regeringsleiders in gesprek zien in een vermomming alsof ze aan een Carnavalsfeestje deelnemen . 

Na vijf maanden is normaal geworden wat nieuw was. Het nieuwe normaal is een feit geworden. We hebben massaal een fobie die helaas maar al te gefundeerd is. We leren met elkaar te communiceren met het gemis aan gezichtsuitdrukkingen. Uit automaten zullen we in de toekomst behalve condooms en frikandellen ook mondkapjes kunnen trekken. We hebben ze preventief bij ons in ons handtasje, we hangen ze aan de waslijn. En we gooien ze dus op straat. Daarmee zijn ze een triest toonbeeld geworden van onze huidige wereld. 

Een jaar geleden nog hadden we van dit alles opgekeken. Ik hoop vurig dat er spoedig een tijd zal komen waarin we hoofdschuddend naar foto’s als deze zullen terugkijken, en tegen elkaar zullen zeggen: ‘Weet je nog… wat was dat een idiote tijd…’

Geplaatst in actualiteiten, Coronavirus, foto, herinnering, historie | Tags: , , , , , , , | 2 reacties

INEKE SLUITER

2020 07 27

In plaats van te kijken naar ‘Zomergasten’ beluisterde ik het laatste van vier ‘marathon-interview’s zoals die op de radio door de VPRO zijn uitgezonden. Liesbeth Staats stelde sublieme vragen aan een top-wetenschapper. Haar naam is nieuw voor me, maar vanaf nu zal ze mij bij blijven: Ineke Sluiter, hoogleraar Grieks, en de nieuwe president van de KNAW, de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. 

Het gesprek ging over ALLES: over Kunst, over verbeeldingskracht, over retorica, vrijheid van meningsuiting, over rouw, en over de troost van verhalen. Ik beluisterde dat alles tijdens mijn wandeling, tijdens onze maaltijd en tenslotte bij het stil weg-schemeren van de zondag. Wat een rijkdom. Hier klonk de rustige stem van een krachtige vrouw. In raak gekozen bewoordingen bleef zij helder, stabiel, volstrekt eerlijk en open, maar tegelijkertijd onafhankelijk. Wat een autoriteit. Op internet lees ik dat ze maar liefst ’15 promoties heeft afgerond waarvan 4 Cum Laude’. Ze heeft tal van functies, als lid, directeur, vice-president, voorzitter, van commissies, raden, musea, universiteiten en opleidingen. En natuurlijk kreeg ze gigantische prijzen. Samen met drie andere vrouwelijke hoogleraren verenigde ze zich onder de naam ‘Athena’s Angels’, om op te komen voor de belangen van vrouwen in de wetenschap. Want vrouwen en mannen hebben nog altijd niet gelijke kansen op een loopbaan in de wetenschap.

De afsluiting van dit marathongesprek was me uit het hart gegrepen. Ineke Sluiter schaarde zich achter het pleidooi voor de Kunst dat de schrijver Ramsey Nasr gehouden heeft. Juist nu, in coronatijd, blijkt het grote belang van het ondergeschoven kindje ‘Cultuur’. Dat bleek met name uit het wereldwijd enthousiasme waarmee de online-concertactie van het Rotterdams Philharmonisch Orkest ontvangen werd. Als dorstige verdroogde aarde zogen we met ons allen de muziekcollage op  Kunst heeft grote waarde. Kunst is geen ‘ornament’, maar een FUNDAMENT. 

Ook een persoon als Ineke Sluiter is een ‘fundament’. Met haar presentatie oversteeg ze alle ‘Zomergasten’-uitzendingen bij elkaar. Ik roep iedereen die het gemist heeft op om haar alsnog te beluisteren.

Het Marathoninterview: Ineke Sluiter, uur 3. – VPROwww.vpro.nl › speel~PREPR_VPRO_16246307~het-m…

Geplaatst in actualiteiten, conversatie, Coronavirus, podcast, radio, vrouw | Tags: , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

GELIJKENIS

 

2020 07 26

Twee kleindochters heb ik. Samen met hun mama’s en mijzelf zijn we met best wel een leuk vrouwenclubje. Dat is ongekend voor mij, na vele jaren als enige vrouw met drie mannen geleefd te hebben.

Jongste kleindochter is nog pas een lekker mormeltje van drie jaar. Evengoed vat zij de ernst van het leven, als ze mij donker aankeek bij de woorden: ‘Oma, AFSTAND HOUDEN!’ Dat hoeft nou niet meer. Zij ‘mag mij weer aanraken’ en vice versa. Zingen kan ze als de beste, met een stemgeluid dat volgens haar papa te vergelijken is met de klank van een kettingzaag. Theater is haar op het lijf geschreven, ze speelt naar hartelust vele rollen, en ook daar hoort apart stemgeluid bij. Ik herken mij in haar. Datzelfde genoegen bij imitaties en alsof-spelletjes met een verhaal erachter is nog levend in mij aanwezig.

En toch vindt menigeen dat juist oudste kleindochter en ik elkaars evenbeeld zijn. Nu ik haar eerste selfie-tekening zie, is onze gelijkenis inderdaad treffend.

Ze heeft van haar ouders een oude digitale camera in handen gekregen. Nu fotografeert ze alles en iedereen, en ze vertoont warempel een fotografisch oog. Haar onderwerpen en haar composities zijn verbluffend. Voor haar, die zelf nooit op een foto wil, is deze camera een welkome buffer.

Het maken van de selfie was, tot mijn verbazing, haar eigen initiatief. Voor ze die weer zou wissen opperde ik het idee om dat portretje na te tekenen. En dat deed ze, onbekommerd, vastberaden, en er werd geen detail vergeten. Zo vermeldde ze al tekenend ook de muggenbeet van de voorafgaande nacht, en haar staart met het rode elastiekje. Haar neus werd een ondersteboven-hartje. Grote pret.

En nu wilde ze ook oma tekenen. 

Mijn neus en mijn oorhangers blijken het enig afwijkende. Maar voor de rest lijken mijn kleindochter en ik een tweeling. De mensen hebben gelijk gehad. Zij is mijn evenbeeld, en dat vind ik een groot compliment. Deze twee portretjes zijn haar eerste weergave ‘naar het leven’. Ze sluiten ook mooi aan bij haar herhaalde kreet in het verleden: ‘Meisjes bij de meisjes. Jongens bij de jongens’. 

Twee meisjes zijn we, op deze tekening. Opa staat op de achterkant van het blad, met ontblote, vervaarlijke tanden .

De ‘jongens’ in onze sibbe zijn nu zes in getal, en wij vrouwen zijn met vijf. Niet verkeerd. We kunnen ze aan, de mannen. Als die niet naar onze pijpen dansen dan tekenen we gewoon een portret van ze. Met vervaarlijke tanden, of met een idioot kapsel.

Geplaatst in Beeldende kunst, foto, generaties, kleindochter, oma | Tags: , , , , , , , , , , , | 1 reactie

DE MAKER EN ZIJN WERK

2020 07 25

Hij is weer terug op zijn basis, de maker en zijn werk. En hij kwam niet met lege handen. Bij een Rosé de Provence zagen we nu de tien aquarellen in werkelijkheid. Ze oogden nog frisser dan op het computerscherm. En bij elk aquarelblad hoorde een verhaal. Elke aquarel heeft voor onze koppenvriend een halve dag bezigheid en gelukzaligheid betekend.  Die gelukzaligheid deelden we nu gezamenlijk, aan het menu dat ik snel in elkaar flanste, en dat tot in de heel kleine uurtjes verorberd werd.

Hij heeft ervaren hoe er door het schilderen contacten met mensen ontstonden. Door het schilderen heeft hij een andere blik op zijn omgeving gekregen. Zijn kijk is veranderd. In de voorbije weken keken we met hem mee, en het was of we zelf daarginds waren, onder die zuidelijke zon. De zon die daar de knoflook laat knisperen en die olijven doet zwellen aan de zilveren boomgaarden. 

Knoflook en olijfolie bleven na zijn vertrek hier achter, als verlengstuk van alles wat we samen met hem beleefd hebben. Mijn keuken geurt weer als vanouds zoals die geuren moet. En mijn salades zullen heel deze verdere zomer smaken zoals ze smaken moeten. We zijn weer thuis, en het ontbreekt ons aan niets. En de zomer duurt nog lang!

Geplaatst in aquarel, Frankrijk, recepten/maaltijden, vriend | Tags: , , , , , , , , , | 5 reacties

WERKZAAMHEDEN

2020 07 24

Twee dagen geen blog. Heel soms zijn andere dingen allesoverheersend. Zoals het samenzijn met onze zonen, schoondochters en kleinkinderen. Beurtelings bevolkten ze ons huisje met omgeving. Er is dan geen ruimte meer voor reflectie. Alleen het Hier en het Nu telt. 

Er is gewandeld, geklauterd, gecrossed, gespeeld, en lekker gegeten. Nu ik mijn zonen en schoondochters nog steeds niet mag knuffelen compenseerde vijfjarige kleindochter dit met herhaaldelijke solo-omhelzingen. Ze stond dan met gespreide armen pal vóór me, met uitnodigende blik. En dan hielden we elkaar vast, lang en stevig. Zo’n knuffel telt voor tien, daarmee kom ik de corona-periode wel door.

Niet alleen gespeeld werd er, ze pakten ook aan, met grasmaaier, snoeischaar, heggeschaar. Alle groen op onze luttele vierkante meters werd gekuist, en de oudste kleinzoon zorgde ervoor dat we niet door passerende auto’s gestoord werden: hij is een kei in touwen spannen en verbodsborden ontwerpen. Dus heel het dorp wist nu dat er uitgekeken moest worden en dat er ‘werkzaamheden’ aan de gang waren. Zijn zusje hielp mee.

Ook binnen in huis zorgde hij voor duidelijkheid. De twee wc’s werden verdeeld: één voor het logerend gezin, en één voor opa en oma. Zo kon er niets meer mis gaan. Met deze hygienemaatregelen stond niets ons meer in de weg. Gebarricadeerd tegen het virus hebben we ongebreideld genoten. Daar zitten we nu van bij te komen, tot we weer opnieuw naar ze gaan verlangen.

Geplaatst in actualiteiten, bezigheden, blog, Coronavirus, kleindochter, kleinkinderen, kleinzoon, schoondochter, zoon | Tags: , , , , , , , , , , , | 1 reactie

CARNET DE VOYAGE: SAULT

2020 07 21

Een jaar geleden waren we er nog, in Sault. Je spreekt dat uit als ‘Soo’.

Het landschap daar wordt bepaald door wijde lavendelvelden in de diepte, het stadje heeft pittoresque geveltjes en boetiekjes. Er zijn extreem smalle steegjes, zoals de ‘Esquis-mouche’, een naam die moeilijk te vertalen valt. Qua horeca vind je er bijna uitsluitend bars en crêperies. Maar wij zaten een jaar geleden toch prinsheerlijk te lunchen onder een luifel op het terras van ‘le Provençal’ – originele naamgeving! En helemaal een verrukking was de beschaduwde binnenplaats van Le Siècle. Welke eeuw zouden de Fransen bedoelen met deze overal opduikende naam voor restaurants?

Lang geleden, toen we tijdens de lavendelfeesten eveneens in Sault waren, liepen we tussen het publiek door de straten die geurden van de lavendel: die was over het plaveisel uitgestrooid, en de voetgangers verpulverden de korrels bij het lopen. De straten zagen er blauw van, en de bedwelmende geur alom is niet te beschrijven.

Elke nazomer probeer ik het verschil te omschrijven tussen het paars van de heide hier in de omgeving, en het paars van de lavendelvelden. Geurig zijn ze allebei, maar de aard van de kleur is tegenovergesteld. Zo dekkend en massief de heide is, zo transparant en magisch is de lavendel. Dat komt ongetwijfeld vooral door het intense zonlicht dat door de plantjes heen schijnt. Onze Koppenvriend zal wel zijn strooien hoed gedragen hebben toen hij bijgaand aquarelletje maakte. Het vraagt moed om de ritmisch ingedeelde lavendelvelden aan te pakken zoals hij het deed: kris-kras paarse vegen op het papier, en je lavendelveld is klaar. En toch werkt het! Heel goed gezien is de sappig groene boom rechts van het midden. Die vormt een contrast dat de kleuren extra doet uitkomen. Met wat extra veegjes vermeldt hij de Provençaalse ambiance: cipressen, wijnvelden tegen een helling, een riant huis met oranje daken, en de eeuwige Ventoux met zijn witte kalkstenen top.

Nog enkele dagen, en hij mag ons in woord en daad verslag doen van deze weken, op de ons vertrouwde plekken. Ik zie uit naar zijn thuiskomst. Dan dromen we gezamenlijk ongetwijfeld weg, terug naar dat land van geuren en kleuren, terwijl we naar elkaar knipogen, dwars door een twinkelend glas Rosé de Provence heen. Wat was het mooi, deze virtuele reis via papier en aquarelverf. 

Geplaatst in aquarel, Frankrijk, herinnering, Provence | Tags: , , , , , , | 1 reactie