EEN SLAAFSE HOND

2019 10 19 

In 1981 publiceerde Françoise Sagan haar roman: ‘Een slaafse hond.’ Alles wat ik mij van dat boekje herinner is dat ik het tweemaal met genoegen gelezen heb. Van de concrete inhoud weet ik weinig of niets meer. Zo gaat dat met boeken…  Ik wil het gaan opzoeken en het nogmaals herlezen. Want sinds gisteren wil ik de rol van de hond in deze roman weten.

Honden. Als jonge meid heb ik er altijd een willen hebben. Maar later had ik er niets meer mee. Op onze boswandelingen glijden we uit over de drollen. Onlangs rende een onaangelijnd beest op me af en bleef tegen me opspringen met zijn bemodderde poten. Zijn bazin liet dat gebeuren. Vanuit ons raam zien we soms hoe een baasje staat te wachten tot zijn lieveling zijn behoeften gedaan heeft en vervolgens met het dier wegloopt, zonder de rommel op te ruimen. Het hondje van onze buurvrouw jammert avonden aan een stuk als hij alleen in huis is.

Het zijn vooral de honden-éigenaren die mij dan ergeren.

Gisteravond op een familiefeest echter heb ik iets meegemaakt dat onvoorstelbaar is, en bovendien ontroerend.

Te midden van talrijke, druk-pratende mensen bevond zich een grote hond, Beau is zijn naam. Want mooi is hij, met zijn zwart-witte vacht en zijn goed geproportioneerde lijf. Hij bleef opvallend kalm aan de voeten zijn baas liggen. Alleen bij mijn binnenkomst stond hij rustig op, en kwam even met heel zijn gewicht tegen mijn been staan. Dat gebeurde zonder opwinding, wachtend, in vol vertrouwen. Als in een reflex krabbelde ik hem in zijn zachte en schone vacht en ik stelde me aan hem voor. Zo was het goed. Hij nam zijn plaatsje weer in en ik vergat hem.

Tot enkele uren later. Beau wist mij te vinden toen ik een versnapering in mijn handen had. Hij kuierde mijn richting uit, en bleef me aankijken. Ik sprak hem toe en zei hem dat het mij speet, maar dat ik dat lekkers nu zelf in mijn mond ging stoppen. Waarop Beau zijn kop deemoedig tussen zijn poten legde. Ik stak het spul in mijn mond en liet aan Beau mijn lege handen zien, ter verduidelijking dat hij zijn hoop kon laten varen. Waarop het dier opsprong, zijn kop hief, en vervaarlijk begon te loeien.

Ik schrok enorm. Zijn baas riep hem bij zich. Hij gehoorzaamde meteen. ‘Kijk me aan’, zei de baas. Gesticulerend en pratend bleef hij oog in oog met zijn hond, die aan het verstand kreeg gebracht dat hij zich onbehoorlijk gedragen had. Het was een bijzonder tafereel, deze bijna-conversatie tussen mens en dier.

En toen gebeurde het. Na het incasseren van het sermoen draaide Beau zich om en kwam recht op me af. Hij liet zijn kop excuserend zakken, en van onderaf keek hij me aan met een onbeschrijfelijke blik. EN TOEN DUWDE HIJ ZIJN KOP TUSSEN MIJN KNIEËN, zodat ik hem strelend kon vergeven.

‘Slaafs’ lijkt Beau me niet. Maar wel moet hij een zeldzame verstandhouding met de mens hebben ontwikkeld. Een verstandhouding die me ontroerde. Opeens kan ik begrijpen hoe verdrietig hondenbezitters zijn, die afscheid hebben moeten nemen van hun huisdier. Beau heeft me aangekeken. Beau heeft berouw getoond. Ik had hem zó mee naar huis willen nemen.

Advertenties
Geplaatst in familie, feest, onvergetelijk, wandeling | Tags: , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

DE ZOMER HEEFT ZICH MOEIZAAM NEERGELEGD

2019 10 18

Wat valt er te schrijven. Het regent-het regent-het regent. Maar op het moment dat dit woord op het scherm verschijnt breekt de zon weer door. Windstoten rammelen de nog groene bladeren van de klimroos heen en weer. De vijgenboom draagt beteuterd haar nog te harde vruchten terwijl het blad al begint te verkleuren. De geraniums hebben flink van het hemelwater te lijden gehad. De bruidsluier spiegelt zich in een plas. 

Op onze wandeling zagen we duidelijk dat het staat te gebeuren: Warm oker en geel wedijverde met het groen. Ons pad geurde naar de afgevallen bladeren. Links en rechts prijkten paddestoelen, rood met witte stippen maar ook parasolzwammen en dooierzwammetjes. Rondom de Bourgondische hermitage zouden we nu walnoten kunnen rapen. Maar tegen de tijd dat we daar zijn zullen we wat dat betreft achter het net vissen. Ook met deze gloedvolle kleuren in de natuur zal het dan gedaan zijn.

Dus nu, nog thuis, erop uit, en alles opslorpen. Die kleuren en de geuren, de nog niet koude wind, een stortbui van tijd tot tijd. De regen maakt me niks uit. Want eenmaal weer binnenshuis is er zuurkool, balkenbrij, of zijn er mosselen. 

Ooit vreesde ik de herfst. Er ging niets boven de zomer, met haar vele uren daglicht. Maar het tij is gekeerd. 

Al zie ik wel nu al uit naar het volgende klok-verzetten, op zondag 29 maart. 

Herfst (Hanny Michaelis)

De bomen roesten in het zieke licht
langs somber in zichzelf gekeerde grachten.
In wilde, stormdoorvlaagde regennachten
vertoont de maan een bleek, behuild gezicht

boven de lege straten, smalle schachten
waar in een onverbiddelijk gericht
de zomer langzaam voor het najaar zwicht,
terwijl de huizen op het einde wachten.

Tegen de morgen is de strijd beslecht.
Een vage geur van heimelijk bederven
heeft aan de moede wind zich vastgehecht.

Tussen een handvol dunne zonnescherven
heeft zich de zomer moeizaam neergelegd
om eenzaam en onopgemerkt te sterven.

Hanny Michaelis

uit ‘Verzamelde gedichten’

Van Oorschot 1996

Geplaatst in herfst, hermitage, regen, wandeling, zon | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

PREPPEN

2019 10 17

Natuurlijk ben ik geschrokken van het verhaal over het gezin dat negen jaren lang in afzondering van de buitenwereld werd gehouden in Ruinerwold. Als het waar is dat men daar het Einde der tijden afwachtte, dan moet het voor hen nu lijken of ze in het Hiernamaals beland zijn. Ze zien wezens die net als zijzelf mensen blijken te zijn. Ze krijgen nieuwe kleren en ze proeven voedselproducten die ze tot nu toe niet kenden. Ik hoop dat ze ontdekken dat de wereld nog niet zo boos is als zij aannamen. 

Dankzij deze lugubere gebeurtenis heb ik een nieuw Nederlands woord leren kennen. Op de radio hoorde ik namelijk dat er best veel mensen zijn die diezelfde angst voor het Einde der tijden hebben. De angst voor een mogelijke nucleaire ramp, een grote stroomstoring, of een doorbraak van de dijken bracht hun ertoe om spullen in te slaan waarmee ze tien dagen denken te kunnen overleven. Ze hamsteren blikjes voedsel, waterfilters, rugzakken, jodiumtabletten tegen stralingsziekte, een gasmasker, een noodradio, een witte vlag, isoleerdekens, spelletjes om jezelf bezig te houden, lucifers, en nog veel meer. Zo denken ze te kunnen overleven. De voorbereidingen daartoe heet ‘preppen’. Preppers zijn mensen zoals, waarschijnlijk, die personen in Ruinerwold. Alleen: helemaal zonder voedsel zou ons lichaam het slechts 40 dagen kunnen volhouden, en helemaal zonder vocht zelfs maar maximaal een week. De preppers in Ruinerwold hebben meer geduld gehad, vrijwillig of niet. En de huurder van dat pand, die wél contact had met die boze buitenwereld, was dat dan een engel? Was hij degene die zijn protegees uiteindelijk de Blijde Boodschap zou komen brengen?

Hij lijkt me eerlijk gezegd meer een duivel. Want wat verleende hem het recht om als enige níet afgezonderd in die boerderij te leven? Wat is hij daar al die jaren dagelijks komen doen? Welke onzin heeft hij dat gezin op de mouw gespeld?

Preppen. Laat me niet lachen. De computer maakt er halsstarrig ‘proppen’ van. Dat heeft wel iets. Want waar zou ik in hemelsnaam al die prepspullen in mijn huis moeten proppen? Ik zou er zelf niet meer bij passen.

Laat dan liever het Hiernamaals maar meteen komen.Wie weet hoe leuk het daar is. En dat nieuwe Nederlandse woord heb ik dan niet meer nodig.

Geplaatst in actualiteiten | Tags: , , , , , , , | 1 reactie

ANNELIES EN TH.

2019 10 16

Ons model van gisteravond was misschien bijna van mijn eigen leeftijd, maar ze had een meisjesachtig voorkomen, dankzij haar weelde van goudblonde krullen die tot op haar schouders vielen. Poseren deed ze met ervaring, misschien doordat ze de Rietveld Akademie in Amsterdam heeft doorlopen. Tussen het poseren door moest ze af en toe even naar buiten om te roken, en we stelden haar voor om bij een van haar sessies de niet-brandende sigaret tussen de vingers te houden. Dan merk je dat de mens feitelijk een geleedpotig dier is. De vorm van zo’n gekromde hand is al moeilijk, maar ik raakte bijna het spoor bijster bij het bepalen van de richting van haar vingers en het uittellen van kootjes.

Af en toe werd er rustigjes geconverseerd terwijl we verder werkten. Tijdens de koffiepauze maakten we nader kennis, en toen ze ons beider naam hoorde riep ze verrast uit dat zij jarenlang de buurvrouw is geweest van mijn vorig jaar overleden jongste zwager Th. Ze sprak met weemoed en warmte over hem.

Na de pauze tekenden en schilderden we weer verder in diepe stilte. Zoals heel soms, en slechts bij heel bepaalde modellen, gebeurde er onderhuids weer van alles. Ons pratend contact met haar leek in de stilte door te gaan. Het was of ze actief meewerkte. De resultaten waren navenant. Wat een werkstukken!

En toen, bij het weggaan, riep ze ons twee bij zich. Ze zei: ‘Tijdens het poseren na de pauze heb ik voortdurend, heerlijk, aan Th zitten denken..’

Ze had tranen in haar ogen.

Geplaatst in aquarel, conversatie, portretgroep, schilderkunst, zwager | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

WERK OHNE AUTOR

2019 10 15

Het is alweer negentien jaar geleden dat ik een zwaar en dik kunstboek kocht, nadat ik een expositie in De Pont in Tilburg had bezocht. Dat boek bevat tekeningen die tussen 1964 en 1999 werden gemaakt door Gerhard Richter. Met allerlei materialen tekende hij op papier en doek ‘alles wat hij zag en niet begreep’.

Toen, in 2000, zal ook ik niet veel hebben begrepen van de krassen en vegen die aan de wanden hingen. Maar geïntrigeerd was ik in elk geval.

En dan zag ik nu, tenslotte, een jaar na de lancering ervan, de film die gebaseerd is op leven en werk van dezelfde Gerard Richter. Een jaar geleden werd daar meer dan me lief was op de radio reclame voor gemaakt, door een luide diepe mannenstem die raspend opriep om deze film te gaan zien: ‘Wèaak oone Autooaah’.

Ons lidmaatschap van een kleinschalige filmclub brengt ons in een luxe positie. Vóór de vertoonde film ontvangen we per mail een aankondiging plus beschrijving ervan. Bij aankomst in de filmruimte ligt op papier een nog uitvoeriger bespreking voor ons klaar. Vervolgens worden we inleidend en verhelderend toegesproken zodat niets ons zal ontgaan, en na afloop is er nog een nawoordje, en desgewenst nog een nabespreking in de kroeg aan de overkant.

De film zelf hoef ik hier niet weer te vertellen, ik neem aan dat menigeen weet waarover ik het heb.

Onze artistiek leider had op veler aandringen deze film uitgekozen maar stond daar zelf niet achter. Filmdeskundige als hij is heeft hij nogal kritiek op de ‘voor de hand liggende cliché’s’ waar Florian Henckel von Donnersmarck gebruik van heeft gemaakt. Zoals de bleek-bruine tinten, om iets ‘historisch’ aan het geheel te geven. de onwaarschijnlijk omvangrijke eskaders bommenwerpers boven Dresden, of de gebruikelijke typeringen van de personages: een kille Nazi-officier, een dikke norse communist, bedeesde verpleegstertjes, en de softe, vloeiende lichaamslijnen van mooie vrouwen, als een reclame voor crème of shampoo. 

Ik had echter alle vertrouwen, want een andere- onvergetelijke- film die hij maakte was ‘Das Leben der Anderen’, de mooiste film die ik ooit zag.

Achteraf durf ik te beweren dat die esthetische overdrijvingen op zichzelf als kunstvorm zijn gehanteerd. Hij neemt ons bij de neus, brengt ons in verwarring, zoals ook de eigentijdse Kunst dat deed in de Akademie en het museum in Düsseldorf, waar Richter zijn opleiding genoot.

Wat mij betreft heeft deze filmmaker van Das Leben der Anderen wederom een gedenkwaardige film gemaakt, waarin het niet zozeer gaat over het verhaal, maar over de vraag waar het in de Kunst om draait. Om de ‘waarheid’? Om de Vrijheid?

In de rol die op Joseph Beuys gebaseerd was zegt de docent tegen zijn studenten: ‘Als júllie, kunstenaars, niet vrij zijn is niemand het’. Het is zijn opdracht aan deze jonge mensen, om wezenlijk vrij te zijn in hun uitdrukking, om zo te kunnen ontdekken wie ze zelf zijn. Stond de Kunst in de DDR in dienst van de maatschappij, Beuys predikte juist het daarginds vermaledijde ‘Ich-ich’ich’.

Langzaam groeit in de film de hoofdpersoon Kurt (‘Richter’) naar zijn uiteindelijke vorm van Kunst toe: het kopieïstisch naschilderen van foto’s, en die met een witkwast vervagen. Als een medestudent hem verwonderd vraagt ‘Wat is dit?’ antwoordt Kurt: ‘Geen idee. Maar ik denk dat dit het is’.

Daarmee is hij op zijn eigen plek gekomen, nadat de docent ‘Beuys’ bij het in ogenschouw nemen van zijn vroegere werk het vernietigende oordeel had gegeven: DIT BEN JIJ NIET’.

Met het vervagen van de fotografische werkelijkheid heeft Kurt (‘Richter’) zijn identiteit gevonden. In de film wordt dat moment als het ware met applaus toegejuicht door een windstoot in een rijk bebladerde boom.

Die nageschilderde foto’s, die hij willekeurig verzamelde uit tijdschriften en kranten, waren anonieme beelden, met voor hem onbekende personages erop. De oorspronkelijke foto’s waren door onbekenden genomen. Zonder te weten om wie het ging meende Kurt (‘Richter’) dichter bij de ‘waarheid’ te komen. Een werkelijkheid zonder naam. Vandaar de titel: ‘Werk ohne Autor’.

Geplaatst in Beeldende kunst, film, onvergetelijk, schilderkunst, vereniging/club | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

HEROÏSCH

P1020548 kopie
2019 10 14

Tijdig op de zondagochtend reden we naar Leiden, via door Google Maps geleide alternatieve routes om afgesloten wegen te vermijden. Als je eigen kind de solist is in zo’n mooi celloconcert dan wil men die reisafstand wel aangaan. Het bleef bovendien zonnig en droog, en door de geopende portierramen lieten we Mozart de zachte buitenlucht in drijven met zijn vierde Vioolconcert op Radio 4. Vandaag moest hij plaats maken voor het ‘Nieuwe Mannheim Orkest’. Dat bestaat uit oerhollandse jongeren, amateurs, conservatoriumstudenten of professionele musici uit de regio Den Haag.

Wat is het toch heerlijk om bij tijd en wijle echt jonge mensen op het podium te zien. De klank die ze onder leiding van Quentin Clare voortbrachten was helder, transparant en energiek.

Meteen het eerste programmaonderdeel verraste al door frisheid. Het leek ze op het lijf geschreven: ‘The Wasps’ (wespen) van Ralph Vaughan Williams. Net als in diens verdere werk was ook hier de sfeer soms arcadisch, lieflijk, vredig en blijmoedig. Alsof de wereld geen problemen kent.

Vervolgens kwam de solist op. Hij installeerde zich relaxed met zijn cello voor het orkest. Een korte check van de stemming ervan, en Saint Saëns ging van start. Ontspannen leunden we achterover en genoten. De cellist creëerde mooi uitgesponnen ruimtes in het tempo. Het orkest begeleidde soms uitgesproken teder, en dat gaf een prachtig contrast met het warme vibrato van deze solist. Ondanks diens ogenschijnlijke gemak gaf hij toch alle expressie aan de melodieën van Saint Saëns. In virtuoze passages bleef de dirigent hem volledig toegenegen. Dirigent en cellist begrepen elkaar volkomen.

Het applaus was van dien aard dat allen in opperste samenwerking meteen nog een -niet vermeld- werk van R.Strauss ten gehore brachten.

In de pauze hadden we leuke ontmoetingen, en we brachten cellist en dirigent onze complimenten. 

Tot slot luisterden we naar de lange Symfonie nr 3 (‘Eroica’) van Ludwig von Beethoven. Het mag opmerkelijk worden genoemd dat de dirigent hier, staande voor een amateur orkest, zich de luxe bleek te kunnen veroorloven om niet de maat te hoeven ‘slaan’. Met zijn gezichtsuitdrukking en een sobere handbeweging kon hij bouwen en kneden aan puur en alleen de expressie. De rest deden de jonge musici zelf. Hun ingestudeerde noten vormden geen probleem. Kan men spreken van ‘intelligent’ musiceren? Hier werd waarachtig muziek gemaakt.

Zo hoorde je in de ‘Marche Funèbre’ en ook in het laatste deel van deze Eroica alles zich ontwikkelen naar een Fuga toe. Bij het feestelijke, heroïsche einde constateerde ik verwonderd dat ik nog nooit deze symfonie van Beethoven zo helder heb ondergaan. Er gaat duidelijk niets boven een live uitvoering, zeker als die gebracht wordt door intelligente en bevlogen jonge mensen.

Dat vond Beethoven zelf ook, getuige de ‘onderstrepingen’ onder zijn steeds maar herhaalde slotakkoorden. Die bleven in me naklinken door het geraas van enkele onvervalste herfststortbuien heen, die ons op de lange terugrit naar huis vergezelden.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

TURANDOT

2019 10 13

Een vertrouwd gezicht bij een mij nog onbekende opera : Yannick Nézet Séguin, zoals hij gisteren in het Metropolitan Opera House Puccini’s TURANDOT leidde. 

Yannick, voormalige chefdirigent van ons Rotterdams Philharmonisch Orkest, is uiterlijk aan het veranderen, zag ik. Maar zijn vitaliteit en stimulans zijn zoals we die van hem kennen. De uitvoering was dan ook in alle opzichten opzienbarend en volumineus. 

’None man will make me his’, zingt de mooie prinses Turandot. Ongenaakbaar en ijskoud weigert ze zich door welke man dan ook te laten bezitten. De ene na de andere verliefde verliest dan ook letterlijk zijn hoofd, dat op een hoge paal gespiest wordt. Maar dat schrikt de Tataarse prins Calaf niet af. Ook hij meldt zich als gegadigde, die haar drie raadsels moet oplossen. Als hem dat blijkt te lukken geeft Calaf de onthutste prinses nog een kans: als zij vóór de ochtend zijn naam raadt ligt zijn lot alsnog in haar handen.

Turandot lijkt een mix van de sprookjes Blauwbaard, Sneeuwwitje, en Repelsteeltje. In New York en in Roermond lieten de toegestroomde volwassenen zich door de gezongen versie van deze sprookjes betoveren. Turandot is een opera met veel rituelen, met een doorlopende en opvallende regie en choreografie. Je komt ogen te kort, terwijl je je oren soms dicht zou willen stoppen vanwege het geluidsvolume, dat door heel deze opera nogal groot is. Puccini zelf schijnt geschreven te hebben dat ‘hun stemmen als meteoren moeten zweven boven de jubelende kreten van het volk.’ Aan die wens werd volop gehoor gegeven!

De ijskoude prinses wordt uiteindelijk door de liefde overwonnen, Daarmee krijgt deze opera een ongebruikelijke happy ending. Of dat werkelijk zo door Puccini bedoeld is daarover zijn de geleerden het niet eens. Want Turandot is Puccini’s Unvollendete. De componist schreef vlak voor zijn eigen dood als laatst voltooide scène de zelfmoord van de deugdzame Liù, wier rol ik de allermooiste vond. In deze opera  hoor je trouwens een andere Puccini dan die van Butterfly. De melodieën en akkoorden zijn soms verrassend eigentijds. 

Maar natuurlijk is daar op het einde wel de aria Nessun Dorma, de grote aria waarmee o.a. Pavarotti beroemd werd. Het werd zijn lijflied, dat gisteravond gezongen werd door tenor Yusif Eyvazov. Hij, en al zijn collega’s, het immense koor , het orkest en dirigent Yannick Nézet Séguin stonden nog geruime tijd het applaus in ontvangst te nemen, tot wij ons uiteindelijk weer de Maas over, terug naar huis begaven.

Geplaatst in compositie, concert, klassieke muziek, opera | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen