PASJA

2018 02 18

Toen we nog jong waren, en onze gezinnen nog in ontwikkeling waren, kwamen mijn zwager en zijn gezin vaak hier logeren. Hij en zijn vrouw hadden toen drie kindjes. Van die gebeurtenissen herinner ik mij alleen maar gezelligheid en veel pret. De twee broers hielden eindeloze gesprekken te midden van het jonge leven dat zich om hen heen afspeelde. Er werden spelletjes gedaan, er werden met beddenlakens spooktenten gebouwd, ja er werd zelfs in de kleine smalle gang gerolschaatst. Van zeldzame keren herinner ik mij dat mijn zwager het even moest opnemen voor het kleine nichtje, dat de jongste was, en het enige meisje tussen vier verwoed-spelende jongens. Met vier volwassenen en vijf kinderen waren we dan. Hoe we de slaapkamers indeelden zou ik niet meer weten. Ook hebben we toen met ons allen aan tafel gezeten, en de glazen tuinkamer was er toen nog niet.

Ruimtegebrek was toen desondanks geen probleem.

Gisteren waren we weer met vier volwassenen,  en drie kindjes speelden enthousiast in het huis van hun opa en oma, met het speelgoed dat ooit van hun papa was. Het houten loopfietsje is nog steeds intact, en oudste kleinzoon mag op de plastic loopauto. Hij en zijn broertje racen over ‘de N-route’, langs potten met planten, een antieke gietijzeren kachel, de tafel en stoelen. Zusje kan nu zelf stapjes maken en speelt met de houten klompjes die haar papa ooit droeg, in de jaren dat hij ‘boer en violist’ wilde worden.

We hebben er inmiddels dus een mooie lichte kamer bij, die grenst aan het patiotuintje. Maar o wat is het desondanks vol. Aangezien echter de kindjes dit geen enkel probleem lijken te vinden schikken ook de vier volwassenen zich maar in deze situatie. We trekken buik en billen in, en tussen het blije kraaien en zingen door proberen we af en toe een gesprek.

Maar het is vooral genieten, met het pure aanschouwen van dit volkje en de vindingrijkheid van die kleintjes. Hun opmerkingen beluisteren, en de taalvorderingen van het middelste manneke, dat verbluffend veel op zijn papa van toen lijkt. Het enige meiske staat opgewekt haar mannetje tegenover de twee jongetjes. Ze doet alles van ze na, speelt met vrachtwagens en blokken, en van tijd tot tijd wordt ze door haar broertjes plat geknuffeld.

Deze twee plaatjes tonen het gezelschap van gisteren. Vergeleken met de 70-er jaren is onze rijkdom aangegroeid tot veelbelovende afmetingen.

Want elders weten we ook nog die andere zoon met vrouw en kindjes. Voor een compleet samenzijn met ons allen is ons huis echter helaas te krap. Te krap voor deze blijdschap met elkaar.

Hoewel…. wat mij betreft gaan we op elkaars schouders staan en leggen we elf matrassen boven op elkaar. Ik zal me wellustig wentelen in die weelde van nazaten, en vanaf de bovenste matras alles overzien als een zelfgenoegzame pasja!

Advertenties
Geplaatst in familie, generaties, herinnering, kleindochter, kleinkinderen, kleinzoon, maaltijd, verleden, zoon | Tags: , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

APART TOGETHER

2018 02 17

De Beeldende Kunst is in zowel mijn eigen familie alsook in mijn schoonfamilie ruim vertegenwoordigd. In mijn eigen familie hebben vier leden de kunstacademie doorlopen, en in mijn schoonfamilie hetzelfde aantal. Er is dus overal om mij heen veel moois te zien, als stimulerende inspiratie voor mijn eigen hobby.

Zo liepen we gisteren langs drie lange wanden van een zorgcentrum in Eindhoven. Mijn zwager en diens echtgenote exposeren daar momenteel een ruime selectie van hun werk. Portretten, interieurs, landschappen, havens en zeegezichten, ze werden door hen beiden jarenlang op papier en op doek gezet, in potloodlijnen, houtskool, pastel, olieverf, acryl en aquarel. Drie kwartier waren er nodig om dat alles goed te bekijken.

Mijn zwager verstaat de kunst om in minutieuze kriebellijntjes toch te ‘schilderen’, vlakken neer te zetten. Daarbij hanteert hij uiterste nuances in toonwaarden. En in al zijn schilderijen toont hij dat hij qua vormgevoel een meester is. De verhoudingen en het perspectief zijn perfect, maar onderschikt aan het artistieke aspect van zijn werk.

Zijn vrouw -mijn schoonzus- werkt met stralende kleuren. Naast een hele serie aan portretten zijn daar in Eindhoven de dorpjes, olijvengaarden, haventjes en rotstaferelen van haar hand te zien uit ons beider vakantieoorden. Vertrouwde plekken, waar we ook wel ooit gezamenlijk stonden en zaten te tekenen en te schilderen. Zij, en wij, twee aan twee, soms met de rug naar elkaar toe, maar toch o zo ‘samen’. Twee echtparen, ieder afzonderlijk en stilzwijgend verdiept in zijn en haar creatieve bezigheid. Urenlang solistisch met potlood, krijt of penseel. Solistisch, en toch met elkaar verbonden. Door dit gezamenlijk schilderen heb ik ervaren dat men voor een waarachtig samenzijn niet persé altijd gesprekstof nodig heeft. Boven onze roerloze gestalten vibreren in dat geconcentreerde zwijgen de vormen en kleuren van dat wat wij alle vier liefhebben.

Op 2 en op 16 maart is er nog de gelegenheid om deze tentoonstelling te bezoeken. Adres: Residentie Petruspark, Mgr. Winkelstraat 2 5652 AP in Eindhoven. Het is aan te raden om eerst een van de volgende telefoonnummers te bellen voor een afspraak:

0402520657

0612121805

 

Geplaatst in aquarel, Beeldende kunst, bezigheden, creativiteit, expositie, familie, kleuren, schilderkunst | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

VAN KWAAD TOT ERGER

2018 02 16

Vandaag komt de grote striptease, dacht ik. Na drie weken hechtingen had ik de hoop dat ik eindelijk weer mijn rechterhand in haar volle glorie aan de lucht zou mogen prijsgeven.
Maar de naakte waarheid bleek niet gunstig.

De luttele dingen die ik mij tegen de regels in qua handelingen heb veroorloofd hebben mij van kwaad tot erger gebracht. Nog steeds zijn de huidranden niet aan elkaar gegroeid.

Assistente Andrea is een tüchtige Deutsche, die bijna perfect Nederlands spreekt met een onmiskenbaar accent.

‘Die héschtienge feawaidere’, knikt ze, bij mijn begroeting. En daarna, bij het in ogenschouw nemen van de wond: ‘Iek heb in de chate: u bent een sehr actiefe Frau, en dat is gar niet gut’.

Ze besluit weliswaar tot het verwijderen van mijn prikkeldraad, maar dat zal mij allerminst in staat stellen om vanaf nu mijn gang te kunnen gaan. Vakkundig is ze in de weer met het opnieuw verzorgen van mijn hand, die onwillekeurig alsmaar hoger door mij opgehouden wordt. ’Niet zo hóóg’, zegt ze.

We denken allebei hetzelfde en beginnen wat gegeneerd te lachen. Ach, denk ik vergoelijkend, haar generatie heeft dat niet meer meegemaakt…

De noodzakelijk ont-hechte wond zit nu stevig vergrendeld door ‘zwaluwstaartjes’. Daarop een in model geknipt pleister, vervolgens een zelfklevend verband, plus een ‘netverband’, dat alles mooi op zijn plaats moet houden.

Nu vóelt u dat u niks met die hand mag doen. En, belangrijker: men zíet het’.

Zoals de blindenstok aan de omgeving duidelijk maakt dat de houder ervan een handicap heeft, zo ben ik nu nadrukkelijk voor de buitenwereld gehandicapt.

Mijn verbonden hand, als een appèl aan spontane hulpverleners…

Geplaatst in gezondheid, Duitsland | Tags: , , , , , , , , , , | 1 reactie

CONFIT DE CANARD

2018 02 15
Ach wat een onaangenaam triest Februari weer. Zelfs een wandeling trekt me nu niet aan. Ik laat ons nichtje aan het werk in huis, en zelf blijf ik duimen draaien, voorzover mij dat medisch is toegestaan. Intussen denk ik na over ons menu van vandaag. Het mag niet teveel manoeuvres van me vragen, maar het mag wél lekker zijn.
Ik speur de planken van de voorraadkast af, en mijn blik blijft rusten op de ‘Confit de Canard’, uit Frankrijk voor ons meegenomen door een familielid.
Opeens ben ik op onze kampeerplek in de sissende hitte van de Vaucluse. De cigales schreeuwen dat het een lieve lust is, en vanaf de kookplek van onze benedenbuurvrouw stijgt een ongekend heerlijke geur op: ze bakt aardappeltjes, maar niet zomaar! Ze bakt ze in ganzen(eenden?vet, en dat is heel andere koek dan olie of croma-boter.
Datzelfde vet omhult ook de eendenboutjes die in dit blik zitten.
Het is vandaag maar een doordeweekse dag, en het is nu zelfs Vastentijd. Maar mijn besluit staat vast. Ik neem het zware blik van de plank, en ik verwarm de oven voor. Laat de regen maar voortsiebelen. Ik heb daar geen boodschap meer aan. Het huis is weer redelijk schoon, en ik ga onszelf eens lekker verwennen.
‘Confit’, ofwel ‘gekonfijt’ betekent dat deze eendenbouten langzaam in hun eigen vet gegaard zijn. In datzelfde vet zijn ze ingeblikt, om de bijzondere smaak te behouden.
Ik lees de gebruiksaanwijzing hardop. Heerlijk, die Franse taal! Het water loopt me al in de mond.
Langzaam verwarm ik het nog gesloten blik au bain marie. Daarbinnen smelt het gestolde vet nu zoetjesaan, terwijl de oven bijna klaar is om de lekkernij te ontvangen. Mijn liefste opent vervolgens het blik, en daar liggen maar liefst vier goudgele, feitelijk al gare, boutjes naar me te lonken. Ik giet het vet af. In een ovenschaal gaan ze vervolgens de warmte in.
Terwijl het om me heen alsmaar heerlijker geurt wok ik wat favoriete groenten. Er worden twee glazen gevuld met rode wijn.
En zie ons hier nu zitten: Als God in Frankrijk achter de betraande ruiten. We smullen, en ik trek een lange neus naar de regen. Intussen stolt het restant eendenvet. Daarmee maak ik in de toekomst een keer voorbijgangers jaloers. Die zullen mij dan vragen wat ik aan het doen ben?
Ik bak aardappeltjes. Maar niet zomaar.

Geplaatst in Frankrijk, maaltijd, recepten/maaltijden, regen | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

KAMPEN

2018 02 14

Een pagina in het NRC trok mijn aandacht. Ik zag zachte, sepia-kleurige foto’s van winterse schilderijen. Ik las de titel: ‘ROZE IS EEN ECHTE WINTERKLEUR.’

Het twee pagina’s grote artikel betrof een drievoudige expositie, als een ode aan het winterlandschap in het mooie stadje Kampen: a)Winters die waren. b)Winters van nu.

Voor de eerstgenoemde expositie -met werken uit de negentiende eeuw- waren we al te laat, die was sinds 11 februari afgelopen. Maar na een bezoek aan de huisarts -die mijn hechtingen nog steeds niet verwijderde- verlieten we de Limburgse Carnaval, en liet ik mij door mijn lief naar het stadje aan de IJssel rijden over super-zonnige Nederlandse wegen.

Na een korte smakelijke lunch begaven we ons naar de Voorstraat, onderweg genietend van de karakteristieke straatjes van Kampen en de stralend blauwe rivier langszij.

De eerste locatie was de voormalige Synagoge. Daar waren de vier wanden van één ruimte behangen met verstilde, bijna-abstracte olieverfschilderijen van Christiaan Kuitwaard (1965). Ik kreeg associaties met Morandi’s werk, en met muziek van Arvo Pärth.  In de heldere toelichting las ik dat de kunstenaar zich ook inderdaad door o.a. deze schilder en deze componist heeft laten inspireren. De figuratieve waarneming is voor Kuitwaard meer aanleiding dan onderwerp. Zijn verdoezelde techniek wordt ‘sfumato’ genoemd: het zacht in elkaar laten overvloeien van omtrekken en kleurovergangen.

En precies dat effect blijkt uiterst expressief. Je ziet zachte, doffe details van een sneeuwlandschap, of de schaduw-achtige contouren van een boom. Ook het wiegelende zonlicht in water vult sommige doeken. Het is figuratief en abstract tegelijk, maar in alle opzichten aangenaam.

Apart van deze winter-schilderijen zag ik een hoog stuk wand bedekt met kleine vierkante werken. Dat waren de ‘White Box paintings’. Ze zijn te zien op het blog van Kuitwaard: whiteboxpaintings.blogspot.com. De kunstenaar experimenteert hier met een zichzelf opgelegde beperking van de kleine ruimte: een wit-beschilderd voorwerp in een witte doos. Dat geeft een bijzonder effect!

Van de Synagoge liepen we naar de Koornmarktspoort. Kampen heeft drie van deze solide stadspoorten, en deze -uit de 14-de eeuw- is daar de oudste van. Het is een uniek gebouw, waar tot nu toe goede tentoonstellingen te zien waren, en waar workshops gegeven werden die aansloten bij tentoonstellingen. Je wordt er ontvangen door bevlogen vrijwilligers die merkbaar houden van deze plek en dit werk. Des te verdrietiger is daarom de bedreiging door opheffing van deze historische kunstlocatie.  De reden daarvoor is onduidelijk. Brandveiligheid? Te weinig publiek? Geldgebrek?

Hoe dan ook zijn op deze expositie al 2800 mensen af gekomen, en wat we er te zien kregen was bijzonder! Siemen Dijkstra (1968) ‘archiveert’ met zijn kunstige houtsneden  bezielde landschappen, voordat ze verdwenen zijn. Ter ondersteuning bij het kijken vermeldt zijn toelichting heel anekdotisch over elk werkstuk de  oorsprong ervan, en de ligging van het betreffende oord. Ook worden er zes ‘drukgangen’ van een prent getoond. Die lieten mij zien dat houtsneden maken verwantschap heeft met het aquarelleren: ‘Je kunt slechts éénmaal een oplage drukken. Je kunt nooit iets herstellen’.. Dijkstra werkt net als bij het aquarelleren in lagen. Het resultaat was verbluffend, maar naar mijn mening desondanks minder expressief dan de verstilde olieverfschilderijen van Kuitwaard. Het ‘ambacht’ van deze werken stond tussen mij en de kunstenaar in. Ze waren m.i. eerder een ‘weergave’ dan een impressie. Deze expositie was gestolde perfectie in sfeervolle kleuren. Ik moest daarbij aan het werk van Ferdinand Hodler denken.

Heerlijk vond ik de schetsboekjes in de vitrines. Die laten de liefde van Dijkstra voor het landschap duidelijk zien.

En favoriet waren voor mij tenslotte de houtsneden van ondergelopen akkers. Precies zo fotografeer ik ze herhaaldelijk op natte wandelingen in wintertijd. Nu, met de treurige informatie over het dreigende einde van de culturele functie van de Koornmarktspoort, waren deze akkers een benauwend symbool voor een toekomstig verlies. Ik wens de stad Kampen toe dat de kunst er niet wordt ondergespoeld door efficiency. Dat zou veel van de aantrekkelijkheid van deze Hanzestad wegnemen.

Geplaatst in aquarel, Beeldende kunst, expositie, historie, schilderkunst | Tags: , , , , , , , , , | 1 reactie

BETOVERING

2018 02 12

In het voorbijgaan van de Carnavalsoptocht in ons dorp schoot ik deze foto. Wat de uitdossing van deze personen betekent, daarin heb ik mij niet verdiept. Ik was simpelweg betoverd door het tegenlicht en door de gloedvolle kleuren, die nu eens heel anders waren dan de harde, directe Carnavalskleuren op vlaggen en praalwagens. Voor mij vertegenwoordigde deze stoet een droom die ons ver van het dagelijkse leven voert.

En dat moet ‘Carnaval’ immers zijn!

Het dagelijkse leven is vooral de grote-mensenwereld. En juist door die voor kinderen te imiteren treden we eruit. Ik denk aan het kiezen van een jeugdprins, een kinder-middag, de kinderoptocht, en, onvoorstelbaar: de ‘kinjer boêrebroêlof’, waarbij door zeer jeugdigen ‘echt’ in het huwelijk getreden wordt, compleet met een bruiloftsfeest en het aanbieden van cadeaus.

Ik denk tenminste dat dat zo gaat.

Want veel weet ik er niet van, ook al prijkt aan ons huis weer de jaarlijkse bezemsteel-met-vlag.

Wat ik om mij heen zie zijn volwassenen die weer op kinderen lijken, en dat is erg leuk. Net als in hun vroege jeugd verkleden ze zich weer. Ze zoeken elkaars gezelschap, zoals ze vroeger hun vriendjes en vriendinnetjes ophaalden om samen te spelen.

Ik leg het allemaal uit aan mijn 6-jarige kleinzoon, die aarzelend mee gaat kijken naar de optocht. Waar hij met zijn zusje en zijn ouders woont bestaat Carnaval niet. De muziek die hij nu hoort kent hij evenmin. Ik doe hem voor dat je daarop kunt deinen, maar die neiging waait nog niet op hem over. Wat wel erg leuk is dat zijn de snoepjes die van de hoge praalwagens gegooid worden. ‘Die lolly is erg lekker!’ constateert hij vergenoegd. Schaterend wijst hij naar een Einzelgänger die aan een lang koord een minuscuul autootje achter zich aan trekt. ‘Waarom doet hij dat!’

Dat is ‘humor’, kleinzoon! De draak steken met je omgeving en vooral met jezelf.

Hij begint de smaak te pakken te krijgen. Grote bewondering toont hij voor een kleurige haan (‘haantje de voorste’), met kunstig geknipte poten van foam. Ik leg hem uit welke rol de steeds terugkerende schapen in deze optocht hebben. Naar schapen is hier de Carnavalsvereniging genoemd, maar de betekenis van ‘schaap-achtig zijn’ bespaar ik hem nog even.

En dan komt, veel te vlug al, de apotheose: daar is de Prinsenwagen, met tot groot enthousiasme van kleinzoon een heen en weer-wiegend Mickey-Mouse gezicht op het voorfront. Helemaal bovenop de wagen troont de Prins, die het deze dagen voor het zeggen heeft. Het Gemeentehuis is gesloten, het dagelijks leven is drie dagen terzijde geschoven. We mogen tijdelijk in een droomwereld leven, die bestaat uit kleuren, klanken, pret en plezier.

En als het daar in de buitenlucht te koud voor is dan is er binnenshuis genoeg te beleven: de  horeca draait op volle toeren. Het dorp heeft een ruime hoeveelheid café’s, en binnen de bewasemde muren daarvan viert de betovering hoogtij. Tot we weer nuchter zijn, en alles weer serieus wordt. De bezemsteel-met-vlag wordt opgehaald, de sleutel gaat weer in de deur van het Gemeentehuis.

Maar de armen die we deze dagen om elkaars schouders hadden liggen hebben ons verbroederd. Die verbroedering zal nog lang zichtbaar blijven in onze ogen, als we elkaar in het voorbijgaan groeten. Die wederzijdse blik herinnert ons eraan dat niet altijd alles zo serieus hoeft te zijn als het lijkt. Carnaval. Het feest van de betrekkelijkheid.

Geplaatst in carnaval, feest, kleinzoon, kleuren, vereniging/club | Tags: , , , , , , , , , , | 2 reacties

STERRENNACHT

2018 02 11

Een toevallige samenloop van omstandigheden bracht ons zaterdagavond en zondagmiddag heel dicht bij Vincent van Gogh, en dat in respectievelijk kleur en klank.

Zaterdagavond zagen we allereerst de biografische animatiefilm ‘Loving Vincent’. Het betreft een compleet met de hand geschilderde film, en dat mag op zijn minst opzienbarend genoemd worden. Of deze gefilmde biografie iets nieuws brengt laat ik in het midden, evenals de vraag of de kleurige bewegende beelden iets toevoegen aan de schoonheid van zijn schilderijen. We zagen in elk geval gedurende anderhalf uur de cipressen van Van Gogh op het grote doek golven, de portretten, die nu in beweging waren, en zijn schildertoets in alsmaar verschietende kleurlijntjes die me bijna hoofdpijn bezorgden. De zwarte kraaien vlogen werkelijk op vanuit knalgele korenvelden, dikgeschilderde wolken verdrongen zich aan een Provençaalse hemel, en tuimelend en tollend flonkerde zijn ‘Sterrennacht’ boven het Gele Huis en het Nachtcafé.

Het beroemde schilderij: ‘Sterrennacht’ tooit het affiche van ‘Loving Vincent’. Het is ‘een nocturne op canvas’, zoals ik het Hans Haffmans op de radio hoorde uitdrukken.

Van Gogh maakte dit schilderij in juni 1889, toen hij gedurende langere tijd vrijwillig was opgenomen in het psychiatrische ziekenhuis van Saint-Rémy-de-Provence. Waarschijnlijk was het een depressie die hem aan zijn broer Theo deed schrijven: “Waarom, vraag ik me af, zouden de stralende stippen in de lucht niet net zo makkelijk te bereiken zijn als de zwarte stippen op de kaart van Frankrijk? Net zoals we de trein naar Tarascon of Rouen nemen, gebruiken we de dood om naar de sterren te reizen.”

Voor Vincent was de sterrenhemel dus niet louter en alleen iets om dromerig van te genieten. Hij vermoedde in tegendeel de dood achter al dat geflonker.

Die duisternis, diezelfde donkere geaard-heid hoorde ik vervolgens gistermiddag terug in het naar dit schilderij vernoemde ‘La nuit étoilée’ van de Franse componist Henri Dutilleux. Het betrof een live-uitzending van het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van zijn voormalige chef-dirigent Valéry Gergiev. Deze liet als een pop-held weer op zich wachten, tot hij groots en glorieus werd aangekondigd. De pret kon beginnen.

Dutilleux had zijn hart al jong verpand aan de beeldende kunst. Geïnspireerd door de kolkende kosmos van Van Gogh’s schilderij slingerde deze componist de hallucinante sterrenhemel in klank de muziekgeschiedenis in, met als bedoeling de kloof tussen hemel en aarde duidelijk te maken. Hij heeft dat gedaan als een waarachtige ’toonschilder’.

Allereerst hoor je de klinkende glans van het universum. Je hoort de tollende sterren aan het uitspansel, precies zo als op Van Gogh’s schilderij. Dutilleux roept exact de sfeer daarvan op, met schitterende klankkleuren en een imposante hoeveelheid slagwerk, waaronder de celesta. Om dit werk donker en gonzend te maken schrapte Dutilleux de violen en altviolen. Alleen de lage strijkers mogen meedoen. De twaalf cellisten zitten in een halve maanvorm rond de dirigent. Zij krijgen een prominente rol toebedeeld in het later door de componist toegevoegde ‘Intermezzo’, dat zonder toevoegingen van andere instrumenten ronkend en iriserend opklinkt na de intro van zo’n acht minuten. Alleen die celli. Wat moet dat een indrukwekkend gezicht zijn, ze gezamenlijk als dat vertrouwde hemellichaam voor op het podium te zien zitten. In het centrale gedeelte van ’Sterrennacht’ hebben zij de hoofdrol. Zij realiseren het donkere contrast met de hoge blazers die zich aan het einde van dit werk bij het geheel voegen, totdat een verrassende, overtuigende slotnoot het einde inluidt.

Valéry Gergiev heeft Henri Dutilleux nog persoonlijk gekend. Dat wil zeggen: Dutilleux kwam hém op het spoor, en hij stond erop de beroemde dirigent te ontmoeten. In Parijs was dat. Gergiev van zijn kant was vereerd dat hij een ambassadeur kon zijn van Dutilleux’ creaties.

Twee sterren die elkaar eer bewezen. De echte sterren echter zaten volgens mij met hun instrumenten op het podium. Zij waren het die ons deze bijzondere zaterdagmiddag bezorgden. En van deze sterren flonkerden het helderst die twaalf cellisten van ons Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Geplaatst in Beeldende kunst, compositie, orkest, radio4 | Tags: , , , , , , , , , , | 1 reactie