DAS EWIG WEIBLICHE

2018 12 15

Het was alweer een tijd geleden dat we een kamermuziekconcert bijwoonden in het naburige dorp. Het zaaltje bleek een half uur voor aanvang al stampvol te zitten, en helemaal achterin vonden we nog een zitplaats. Daar had ik echter prima zicht op de vleugel en op de handen van de pianiste: Anastasia Safonova. Naar haar afkomst hoef je bij het horen van haar naam niet te raden. Ook haar spraak, in perfect Nederlands overigens, had die smakelijke dikke ‘L’ van een Russische. 

Haar voorkomen is echter volledig Nederlands: lang en rank van lijf en leden, blond van haar. Achter de vleugel belichaamde ze dat wat Goethe Das Ewig Weibliche heeft genoemd. In vriendelijke en humoristische bewoordingen lichtte ze elk programmaonderdeel zelf toe.

Even moest ik opnieuw wennen aan de ‘houten akoestiek’ in deze ruimte. Maar al gauw voelde ik mij weer als in een huiskamer, samen met vele stille luisteraars.

Na maar liefst zeven sonates van Domenico Scarlatti speelde ze ‘Mirages’, een werk van Albena Petrovic Vratchanska, een eigentijdse componiste uit Sofia. Aanvankelijk had Petrovic dit werk uit de roulatie genomen omdat ze er kennelijk niet trots op was. Maar uiteindelijk kreeg Anastasia toestemming het te spelen, op voorwaarde dat ze de toegevoegde materialen zou aanwenden ‘ter verhoging van de pianoklank’.

En zo geschiedde.

Onder de klep van de vleugel hing ze een mooie glanzende ‘kerstbel’, en naast de neergeklapte muziekstandaard werd een Tibetaanse klankschaal geplaatst. 

De bel werd als eerste aangeslagen, waarop een bijna zelfde toon op de vleugel werd gespeeld. Dat klonk aangenaam vals, vooral toen de klankschaal, donkerder, mocht gaan mee-zoemen. Meteen kwamen we in meditatieve sferen. Alles aan deze muziek is -ook weer- vrouwelijk te noemen, aangenaam, ontspannend. De aanvankelijke gêne van de componiste is begrijpelijk, aangezien je je met deze compositie in een alternatief therapeutisch circuit zou kunnen wanen.

Maar is dat erg?

‘Mirages’ bleek een rustgevend centraal moment op deze avond, dat bovendien wonderwel aansloot bij de daarvóór gespeelde Scarlatti en -daarna- Claude Debussy, beiden met hun versieringen en delicate trillers. Als Brussels kantwerk was deze muziek, en het was ook nog eens boeiend om te zien. Anastasia had, letterlijk, haar handen vol, met dat kerstklokje, en met de staaf waarmee ze de klankschaal aansloeg. Met Russische volksmelodieën in werken van (spreek uit:) Móessorgski sloot ze de avond af. 

Het gespeelde ‘Mirages’ van Albena Petrovic Vratschanska heb ik op internet niet kunnen vinden. Maar in haar ‘Mistery Dream’ is enigszins hetzelfde effect te vinden, ook al ontbreekt hier zo’n mooie metalen kom, en hangt er slechts bescheiden een windgong in de vleugel.

Al met al liepen we weer naar huis, ongelovig over het feit dat vlak naast onze deur dit soort concerten te genieten zijn.

Advertenties
Geplaatst in compositie, concert, klassieke muziek, muziekinstrument, wandeling | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

FROU FROU

2018 12 14

‘O mijn lieve Augustijn, alles is weg’, zongen we vroeger als kind.

Gisteravond zag ik mijn zoon als een soort Augustijn op het theaterpodium in Tilburg. Daar kon hij op vele fronten zijn talent manifesteren: als goochelaar, als acteur, en niet in het minst als cellist.

Kunstenaar ben je niet louter en alleen op één vlak. Je zuigt je indrukken op en je geeft daar vorm aan. Of je nu bent opgeleid tot cellist, zanger, kunstschilder of schrijver, het gaat jou om de uitdrukking van dat wat je bezielt.

Zo is het ook met de acteur/regisseur Jochem Stavenuiter. Hij staat heel de avond op het podium als een filosoferende, voormalige, clown, die stuntelend, in zoekende bewoordingen, zijn pech en zijn aarzelingen in het leven verbeeldt. Daarin wordt hij geëscorteerd door twee cellisten. Ze zijn het droombeeld , de herinnering, het alter ego, van de hoofdpersoon Frou Frou. 

Muziek speelt in deze theaterproductie een belangrijke rol. Muziek heeft geen tekst nodig. Muziek raakt direct en zonder aarzelen je emotie. Waar Frou Frou moest zoeken naar zijn woorden vervolmaakten de twee musici zijn afgebroken zinnen. Als de twee cellisten hun stok op de snaren zetten viel alles op z’n plek. Dan was er geen onzekerheid meer, maar waarachtigheid, dan was er troost.

Ook Frou Frou zelf bespeelde soms even een instrument. Hij bracht niet meer voort dan een schor signaal op de trompet, een glissando op trombone.

Tot, heel op het einde van de avond, het wonder geschiedde. Uit zijn trompet klonk de ontroerende melodie van Schuberts Pianotrio in e, het Andante con moto. Flarden daarvan hadden al af en toe eerder geklonken, gespeeld door de twee cellisten. Maar nu speelde Frou Frou de melodie, bevrijd en zonder hapering, en de cello’s speelden de begeleiding. Het was een Finale die insloeg. 

En zo won de muziek het, gisteravond. We luisterden met ons allen heel dit Andante af. Tot Frou Frou letterlijk onder de muziek verpletterd werd….

Geplaatst in compositie, creativiteit, klassieke muziek, theater | Tags: , , , , , , , , , , | 2 reacties

KOUD!

2018 12 13

De bomen reiken naar de ochtendzon met nu volledig kale takken, die ons naar de essentie van het bestaan lijken te willen wijzen. De wereld ‘yangiseert’. Alles balt zich samen, krimpt in en richt zich naar binnen. Alle bladeren zijn geveegd, de buitenkraan is afgesloten, de winterbanden kunnen onder de auto. Achter veel ramen zie ik al de lichtjes in kerstbomen twinkelen. De middag is nu op z’n kortst, morgen ook nog, en dan begint zaterdag de avond al één minuut later. Wel schuiven de ochtenden voorlopig nog even op, maar we zijn toch al dicht bij de aanvang van het lengen der dagen.

Ook al moet de winter nog beginnen. Het is ook koud! Bijna al mijn potplanten zijn eergisteren binnen gehaald, en wat schetst mijn verbazing: onder het breed-uit gespreide bladerdak van de oude orchidee prijkt al een eerste bloemknop! En aan de kale twijgslierten van de kamperfoelie zie ik groene scheuten. Als dat geen optimistisch beeld is! 

Geplaatst in bomen, kerstmis, seizoenen, winter | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

NIMROD

2018 12 12

Mijn moeder heeft me weer gegroet, voor de derde keer sinds haar overlijden in maart.

Steeds als ik naar de Koppenclub rijd en terug passeer ik twee plekken waar ik beurtelings zwaai naar mijn overleden zusje, en naar mijn lieve moeder. Het zijn de plekken waar ik hen beiden nog heel duidelijk aanwezig voel.

Zoals bij de afslag naar het dorpje waar mijn moeder in maart overleden is, en waar ik herhaaldelijk heb staan schilderen tijdens haar laatste periode.

Gisteravond regende het op de heenweg naar de Koppenclub, en natuurlijk bleef dus maar de radio uit. Het risico van alweer een verknipte Mozart is mij dan te groot.

Maar op de terugweg was het droog. Ik zette de radio aan, en daar klonk nog net de mededeling van een toegift door het Ruysdaelkwartet. Dat werd ’Nimrod’, uit de Enigma Variaties van Edward Elgar.

Op 20 maart en op 8 april heb ik al eens geschreven over dit werk, dat door familieleden gespeeld werd tijden de uitvaartdienst van mijn moeder. Inmiddels is Nimrod voor mij pure pijn geworden, door de associatie met sterven, afwezigheid, treurnis.

Dus wilde ik gisteravond in een reflex de radio uit zetten. Maar ‘je kunt het wel’, meende mijn lief.

We luisterden.

Ik zag weer haar gezicht dat stolde tot in de dood. Het haar dat uitgespreid lag op het kussen. En ik rook zelfs de crème waarmee ik haar lichaam na afloop mocht inwrijven.

Ik zat achter het stuur. Ik keek het donker in, en zette mijn voet schrap op het pedaal. Mijn schat zat stil naast me.

Als een ononderbroken ademhaling klonk de  inmiddels vertrouwde muziek, met die niet-aflatende melodie, die als de rustige, vredige gestalte van mijn moeder was. Haar gestalte, waarvan de print in mijn geheugen zal vervagen.

Maar in dit muziekstuk zal ze me blijven groeten, zoals ze dat gisteravond weer deed, na negen maanden, waarin het lente werd en zomer, herfst, en straks weer winter.

Intussen passeerden we het dorpje waar ze gestorven is. Ik zwaaide naar haar terug.

Het was goed zo.

Geplaatst in aquarel, compositie, dinsdagavond, dood, herinnering, klassieke muziek, moeder, Mozart radio 4, portretgroep, regen, seizoenen | Tags: , , , , , , , | 2 reacties

P.T.

2018 12 11

Hoewel Eindhoven niet naast de deur ligt hadden we er diverse verrassende ontmoetingen, waaronder die met mijn oudste zwager. Hij was het die mij zondag een nog grotere, gedenkwaardige, verrassing bezorgde, door mij  mee te tronen naar een oudcollega van hem. Laat ik die hier ‘Pim Theeuwen’ noemen. 

Zijn naam was ooit tussen mijn zwager en mij gevallen, en mijn zwager dacht ten onrechte dat ik in een ver verleden verliefd op deze man geweest ben. Nee, wel herinner ik mij zijn naam van dansles, laten we zeggen in 1958 ongeveer. Ook zijn type stond mij nog vaag voor de geest: een beminnelijke jongeman, lang en blond. 

Dat was alles. Na die danscursus hebben we elkaar nooit meer ontmoet.

Maar nu komt het. 

Al herkenden we elkaar niet meer, toch kon ik ‘Pim’ een indrukwekkend verhaal over ons beiden vertellen:

In 1971 ondernamen mijn lief en ik een lange rit naar Assen, alwaar we, afgaande op jarenlange verhalen van mijn ouders, de kinderarts terugvonden die mij na de drie dagen en drie nachten durende evacuatiereis van 1945 als bijna stervende baby onder zijn hoede nam. Toen zijn vrouw na mijn aanbellen de deur opende, en mijn naam hoorde, schreeuwde ze: ‘CHRIS!!! BABY TONNAER!!!!!’.

Daar verscheen de man aan wie ik mijn leven dankte. Hij was ontroerd. Want destijds schijn ik na vele overleden evauatiebaby’s de eerste baby uit Roermond geweest te zijn die langzaam maar zeker herstelde. Hij nam ons beiden mee naar het ziekenhuis van destijds, waar hij mij wees waar mijn wiegje had gestaan. 

En hij toonde mij een handgeschreven lijst met namen van Roermondse kindjes. Achter al die namen stond een kruisje. Maar achter mijn naam zag ik een uitroepteken. “Ik geloof dat de Heere nu mijn werk begint te zegenen’, schijnt hij thuis in tranen tegen zijn vrouw gezegd te hebben.

Ik keek, destijds in 1971, naar die namen. En ik zag onder de mijne die van ‘Pim’ staan, eveneens zonder kruisje erachter. En dat klopte, zei ik tegen die kinderarts, want ik had immers samen met hem een danscursus gevolgd als achttienjarige.

Pim en ik zijn als baby dus allebei in Assen beland, en dezelfde geweldige kinderarts heeft ons daar behandeld. 

Hij vond dit allemaal wel leuk, maar de bel in het Muziekgebouw riep ons weer naar de zaal, helaas. Ik kon hem niets meer vragen over zijn verdere leven. Of hij nog danst, bijvoorbeeld. Of van welke componisten hij houdt, en of hij kinderen heeft. Maar wel stond hij nog even met me in de aloude danspose, voor de foto die boven deze tekst staat. Zijn vrouw, niet-begrijpend, keek toe.

‘Pim Theeuwen’, classicus, liefhebber van klassieke muziek, lang van stuk, en goed geproportioneerd, beminnelijk en toegankelijk. 

Na afloop kon ik tegen mijn liefste zeggen: ‘ Achteraf bezien had het gekund. Op zo’n man zou ik best alsnog verliefd kunnen worden’.

En hij begreep dat.

Maar Pim en ik zijn beiden ‘voorzien’. Op deze foto glanst overtuigend zijn trouwring, en ik mag aannemen dat hij gelukkig is.

Geplaatst in historie, klassieke muziek, schoonfamilie, verleden, zwager | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

HANNES MINNAAR

2018 12 10

Het was ons erom begonnen pianist Hannes Minnaar eens live mee te maken. In het Muziekgebouw van Eindhoven kwam hij Mozarts’ Pianoconcert nr 21 spelen. Dus daar was mijn veelbesproken componist weer, live, en compleet, deze keer, in de gedaante van deze blond gelokte jongeling. Zijn solo begon bijna terloops, als een kabbelend beekje waar je behoedzaam even je tenen in dompelt . Ik herkende zijn betoverende legato, zoals die ook op zijn cd met Bach-variaties te horen is. Ook zijn touché klonk hier als druppels honing. 

Vriend Mozart liet zich gelden met zijn kietelende slottrillers, de altijd aanwezige voorhoudingen van een halve secunde, en de sequensen, waarmee hij eensgezind samen met het orkest als het ware de treden van een trap afdaalde. In het deemoedige Andante werd heel het orkest op de knieën gedwongen. En in het overmoedige slotdeel werd Mozart weer de ondeugd die met vrolijk bravoure een balletje trapt op een grasveldje.

Waar radio 4 deze componist nog steeds gevierendeeld degradeert tot entertainment kwam hij nu volledig tot zijn recht, in zijn ernstige maar ook de montere facetten, en met alle zeggingskracht die hij bezit.

De prachtig transparant en licht spelende Philharmonie Zuid-Nederland werd aangevoerd door dirigent/cellist Mario Brunello. Voordat deze na de pauze als cello-solist zou optreden in de Variaties van Tsjaikovski bereidde hij het publiek eerst nog een verrassing, in de vorm van een educatieve act. Staande, de blik op het publiek gericht, startte hij met een lage d op zijn cello, gaf vervolgens een sein aan de violisten, die deze toon overnamen, de cellisten, contrabassen, de blazers, allen produceerden een en dezelfde gonzende toon, terwijl ook de slagwerker er doorheen ratelde. Het had een tegelijk mysterieus alsook een komisch effect, vooral toen de musici een voor een werden gesommeerd om het podium te verlaten, net zolang tot heel het orkest zich te midden van het publiek had begeven. Dat werd door elke instrumentalist uitgenodigd om zelf een toon te produceren. De meest veelsoortige klanken ontstonden er, als onbeholpen interpretaties van de d. Hierdoor zal het besef ontstaan zijn dat het musiceren niet simpelweg een linkse hobby is. De jonge kinderen in de zaal die gebiologeerd een instrument mochten hanteren zullen wie weet gaan verlangen naar het zelf kunnen bespelen ervan.

Een klaterend applaus begeleidde de musici weer terug het podium op, waar vervolgens nog Rossini klonk, en tot slot de altijd meeslepende Tsjaikovski. Het was een bijzondere en stijlvolle manifestatie van ons zuidelijk orkest, dat ons dus op diverse fronten verraste.

Maar daarmee ben ik nog niet compleet geweest. Mij overkwam deze avond nog een geheel persoonlijke en historische verrassing. Misschien dat ik daarover morgen zal uitweiden.

Geplaatst in compositie, concert, klassieke muziek, Mozart radio 4, muziekinstrument, orkest | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

IN GODS NAAM MENSEN LIEFHEBBEN

 

 

2018 12 09

Het verbaasde me dat de weekmarkt gewoon plaats vond tijdens de bisschopswijding van Harrie Smeets in Roermond.

De lange stoet priesters en hoogwaardigheidsbekleders slingerde zich traag en winderig langs de bananenbokser. Twee werelden speelden zich pal naast elkaar af in een opgewekte, feestelijke sfeer.

De klokken van de Chrisoffelkathedraal galmden.

Op het televisiescherm hoopte ik mijn broertje te zien. Hij dirigeerde namelijk het gregoriaanse koor. Daar verscheen zijn naam op het scherm. Maar behalve een glimp van zijn arsis-thesishanden bleef hij die twee-en-eenhalf uur van de uitzending de grote afwezige, tot hij, heel op het eind, heel even als een schim langs glipte.

Hoofdpersoon was de wijdeling, die als wapenspreuk gekozen heeft: IN GODS NAAM MENSEN LIEFHEBBEN. Van pastor is hij Herder geworden. Een herder die graag persoonlijk contact met de mensen blijft houden, die hun levensverhaal wil blijven beluisteren, en ze ‘verder wil helpen in hun liefde tot God’.

De vertrouwde beelden van de Roermondse kathedraal kregen extra allure, door de aanwezige bloemen, de wierook, de verzorgde muziek, en door de indrukwekkende aanwezigheid van 25 bisschoppen, 1200 gelovigen en 50 zangers.

Mijn nog heel jonge kleinkinderen hebben heel de plechtigheid gevolgd, met stomme verbazing. Ze geloven nog heilig in sinterklaas, en daar zagen ze opeens 25 stuks in optocht  gaan, met een hand aan de mijter tegen de stormachtige windstoten.

‘Waarom blijven ze alsmaar praten’, vroegen ze zich af, bij het lange welkomstwoord in de kerk -waarbij de drie zangkoren en de musici vergeten werden-, bij de lange gebeden en bij de homilie. Hoe moet dat gisteren geweest zijn voor jonge kinderen van deze tijd: de paarse keppeltjes, de plat op de grond liggende gestalte van de nieuwe bisschop, het zwaaien van wierooksvaten, de hallucinerende Litanie van alle heiligen, de handopleggingen en de mannelijke omhelzingen bij de vredeswens aan het einde van de dienst. Ik kon het onwillekeurig niet anders dan door kinderogen bekijken, deze deels vertrouwde en deels ook voor mijzelf onbekende rituelen, zoals het ontvangen van de zalving, de bisschopsring, de mijter, en het evangelieboek, dat als een beschutting boven het hoofd werd gehouden.

Ergens tijdens de dienst klonk tot mijn verrassing de ontroerende melodie van ‘Ubi Caritas’, in een improvisatie van de organist. ‘Waar vriendschap heerst en liefde, daar is God.’

Dat de gekozen gezangen louter feestelijk waren kon je beluisteren in de terugkerende woorden ‘Gaude’, ‘Exulta’, ‘Jubilate’, ‘Alleluja’, ‘Glorioso’. De vreugde was niet van de lucht, en het gregoriaans heeft rijke mogelijkheden om daar uiting aan te geven.

Toen tenslotte de nieuwe Monseigneur Harrie Smeets zijn bisschopszetel besteeg ging er een applaus op, de klokken luidden, en het orgel barstte los in jubel. 

Met zijn gouden staf in de hand liep hij een ererondje door de kerk. Het plechtige lopen van een hoogwaardigheidsbekleder ging hem al goed af. Ik verbeeldde mij dat hij nu al anders uit zijn ogen keek dan aan het begin van deze gedenkwaardige plechtigheid. Als bisschop ben je een ander geworden dan de pastoor. Je hoeft niet zelf meer de bladzijden van het evangelieboek om te slaan, je mijter wordt door een gedienstige op en af gezet, de gelovigen kussen je ring, je gaat zegenend rond. Ik bleef het bewonderend met kinderogen bekijken.

Al met al vond ik die mijter wat aan de korte kant vergeleken met die van zijn medebisschoppen.

Maar dat groeit misschien nog aan….

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie