VOOR DE WET!

2017-02-19-voor-de-wet-om-10-47-51

2017 02 19

Zesenveertig jaar geleden verwierf ik vanaf vandaag de achternaam van mijn liefste erbij.

Dit getal is niets speciaals. En destijds betekende een ‘wettelijk huwelijk’ al helemaal niets, voor katholieke jongelui die we toen waren. Toch hebben we gisteren een ‘opmaat’ gevierd, gewoon omdat we daarvoor in de stemming waren.

De omstandigheden waren ons welgezind. Allereerst mochten we ons verheugen in het bezoek van onze jongste zoon met zijn gezin. Schoondochter overhandigde mij een kleurig boeketje, met een warm ‘proficiat’. Dat maakte ons feestelijk gevoel meteen een feit. Vervolgens heb ik het mooiste cadeautje gekregen dat ik mij zou kunnen bedenken: mijn jongste kleindochter, drie maanden oud nu, heeft haar eerste conversatie met me gevoerd.

Wat herinner ik mij dit nog goed van mijn eigen kinderen. Dat ontroerende moment waarop hun blik zich voor het eerst in mij vasthecht, en ze beginnen te brabbelen, met een lachje erbij. Spreektaal lijkt het. En ik ben ervan overtuigd dat dit het historische moment is waarop dat kindje zich bewust wordt van mijn bestaan in zijn/haar leven.

Ik heb haar geantwoord, terug gelachen. Het duurde royaal lang, dit gesprek van kleindochter met oma. Mijn dag kon niet meer stuk.

Vroeg in de avond zat ik tegenover degene die mij zesenveertig jaar geleden de ring aan mijn vinger schoof die ik nog altijd draag. We hebben het er eens flink van genomen, met een portie oesters-vooraf. Tijdens onze maaltijd-a-deux was de herhaaldelijke komst van het restaurantpersoneel een verstoring van onze gesprekken. Die duren voort, al vanaf dat we elkaar leerden kennen. De onderwerpen breiden zich alsmaar uit, we komen tijd te kort. Het gespreksonderwerp van gisteren laat zich raden: over onze hartstochtelijke kleinzoon van drie, die merkbaar graag in ons huis vertoeft en die daar alle plekken van opnoemt. De kleinzoon van anderhalf, die mij schilletjes venkel voerde en die daar zelf ook smakelijk van nam. En dat jongste poppetje, met haar intense blik, die ons vanaf nu zal vergezellen zolang we nog te leven hebben.

Het zijn geen onderwerpen die het journaal halen of de voorpagina van de krant. Maar voor ons waren ze ontzagwekkend, zozeer zelfs dat de gerechten voor onze neus er niet zo toe deden. We zijn doorgegaan met onze conversatie tot we onze ogen tenslotte sloten, en we de klok rond hebben geslapen.

Geplaatst in Uncategorized | 5 reacties

HARP-SNAREN EN MESTGEUREN

2017-02-18-harp-snaren-en-mestgeuren

2017 02 18

Het is op zichzelf al imposant: zo’n harp van dichtbij. Maar in een kleine ruimte zoals die voor dit huisconcert maakte dit instrument extra indruk. De ornamenten op de klankkast, de kleurige snaren, het gedoe op de pedalen en het constante bij-stemmen… Ik zat er met de neus bovenop tijdens een programma dat een boeiende samenstelling bood: eerst een onschuldige intro met muziek van Lotti, maar vervolgens werd mijn oor verwend met grotendeels onbekende klanken, van John Thomas, Arthur Foote, van de Nederlandse componist Henk Badings en de Belgische Josef Jongen. Ook het bekende leuke Golliwogg’s Cakewalk van Debussy klonk door de ruimte, evenals het verstilde ’Spiegel im Spiegel’ van Arvo Pärth.

Voor elk wat wils dus. En dat door slechts drie instrumentalisten gebracht, waarbij steeds die harp mij bleef intrigeren. Dat kwam vooral door het werk van Henk Badings. Dat voerde mij terug in de tijd. Het waren de 60-er jaren waarin werken van Nederlandse componisten veelvuldig op de radio te beluisteren vielen: Badings, Wouter Paap, Willem Pijper, Hans Henkemans, Ton de Leeuw…. Een vast duo werd steeds weer genoemd: harpist Edward Witsenburg en fluitiste Abby de Quant. Verder had je Hubert Barwahser, Rosa Spier en Phia Berghout. Die namen waren destijds net zo vertrouwd als nu de namen van popgroepen en bands.

Gisteravond dus vierde het verleden hoogtij. Waarbij ik weer eens constateerde hoe ‘proper’ Nederlandse composities in die 60-er jaren waren. Zo’n beetje als de uitstraling van de kunstbeweging De Stijl, waarover ik enkele uren voor dit concert in de Volkskrant las. Properheid, een staalblauwe hemel, heldere klaarheid. Denk aan de strakheid van Mondriaan, Rietveld.

Het weer terug naar huis fietsen sloot hier geheel bij aan. Dat de lucht bewolkt was zag je niet, in het donker. De lucht op mijn huid was fris en proper, al dreef er ook mestgeur vanuit een boerderij. Binnen in mijn hoofd bleef het fluisterend ritselen van de harp nog na-klinken. Wat mooi dat we dit soort avonden vlak bij huis keer op keer mogen meemaken.

 

Geplaatst in Beeldende kunst, concert, herinnering, klassieke muziek, Nederland | Tags: , , , , , , | 2 reacties

ASTRID DE JONG

2076-2017-02-17-astrid-de-jong-om-10-54-31

2017 02 17

Donald Trump is in de journaaluitzendingen wat Wolfgang Amadeus Mozart is op radio 4: aan beiden valt niet te ontkomen. Van Mozart worden de luisteraar slechts flarden toebedeeld, en de nieuwsgeving over Trump wordt steeds verwarrender. Dat is allemaal niet bevredigend.

Een weldaad wordt het daarom onderhand om gedurende slapeloze nachten te luisteren naar luchtige onzin. Vooral in de nacht van donderdag op vrijdag is het genieten geblazen, als Astrid de Jong haar programma ‘Nachtzuster’ presenteert.

Haar media-carrière dateert al van begin jaren ’90. Zo heel jong zal ze dus niet meer zijn. Maar haar stem klinkt als die van een jeugdige studente. Een beetje doezelig-lui, goed passend bij de nachtelijke sferen. Je waant je vriendin met haar. Ze is geduldig, warm, en vol begrip voor degenen die haar gedurende de vier nachtelijke uren bellen met soms de meest absurde vragen, en met antwoorden. Zoals de vraag over de herkomst van gezegdes, of de oorzaak van gebrek aan eetlust bij verliefde mensen. Vannacht vroeg iemand waarom de bast van een berkenboom wit is, en waarom vliegen vaak op de stroomkabel van een lamp gaan zitten. Het zijn allemaal onbelangrijke onderwerpen, en juist dat ontspant mij zo dat ik gedeeltes van dit programma vaak mis doordat ik heerlijk in slaap ben gevallen bij het geluid van die kabbelende stemmen, van mensen die niets kwaads in de zin hebben. En altijd uiten luisteraars aan haar adres hun waardering voor dit programma. Het houdt vrachtwagenchauffeurs wakker, het heft de eenzaamheid op van slapeloze mensen, en het helpt hen die ’s nachts moeten werken de uren door. Heel even ook komen hun persoonlijke omstandigheden aan de orde, waar Astrid met empathie op in gaat.

Er is echter een moment in haar programma waarvoor ik terug deins: 4.04 uur is voor haar het moment om een ‘disco-plaatje te draaien’. Ze schijnt daarbij -om zelf warm en wakker te blijven’ boven op haar werktafel een dansje te doen.

Maar op dat tijdstip van 4.04 uur weet ik niet hoe snel ik het knopje uit mijn oor verwijder. Want ‘muziek’ op radio 1, in welke vorm dan ook, gaat altijd vergezeld van zweepslagen, en de voertaal van alle liedjes is nooit anders dan het Engels.

Op dat moment maak ik, net zoals radio 4 herhaaldelijk met Mozart doet, korte metten met Astrid. Ik verban ik die goeie meid uit mijn oor, en terwijl zij nog twee uren langer met haar werk doorgaat keer ik terug tot de stilte, die mij nog altijd het meest dierbaar is.

Geplaatst in radio | Tags: , , , , , , , , , , , , | 3 reacties

DICK VERDULT

2017-02-16-dick-verdult

2017 02 16

Voor wie er de interesse en de tijd aan wil besteden voeg ik vandaag de link bij naar het radioprogramma waarmee ik vannacht deze 16-de Februari startte. ‘Nooit meer slapen’ besteedde aandacht aan de verschijning van een documentaire film over Dick Verdult, beeldend kunstenaar, filmmaker en muzikant. Maar dat wist ik allemaal nog niet toen ik terecht kwam in dit interview. Ik was meteen geïntrigeerd door de sfeer van grenzeloze vrijheid die van deze mij totaal onbekende persoon uitging. Met Eindhovense tongval vertelde hij over zijn leven: als kind van een functionaris bij Philips reisde hij van jongs af aan met zijn ouders de wereld over, en ook nu nog steeds blijft hij nooit lang op dezelfde plek. Hij voelt zich overal thuis en hij durft alles aan. ‘Ik zeg tegen niks nee’, vertelde hij. Kortom, hij neemt alle uitdagingen aan, ook wanneer hij nog totaal niet weet hoe hij iets gaat realiseren. Ideeën heeft hij genoeg. Ze vallen hem zomaar te binnen, en ze zijn meestal bizar. Hij ‘omarmt de verwarring’ zoals hij dat zelf uitdrukt. Even leek het erop dat ik een gesprek hoorde met iemand die zich gespecialiseerd heeft in fake. Dat had mij sceptisch kunnen stemmen, ware het niet dat deze Dick Verdult sprak als een filosoof, met een grenzeloze tolerantie, en totaal gespeend van elke agressie. Hij valt in geen enkel hokje te plaatsen. Het leven lacht hem toe, Hij schijnt over heel de wereld bekend te zijn, vooral in Latijns Amerika.

Inmiddels heb ik kunstproducten van hem gezien en beluisterd, en ik vind ze afschuwelijk. Ze sluiten totaal niet aan bij mijn wereld. En toch:

Het luisteren naar deze persoon was een groot genoegen, een verademing. Vooral zijn positieve kijk op zijn jeugd is uniek. Hij moet wel stammen uit een solide en harmonisch gezin, zodat ook hij zelf kennelijk hecht aan een huiselijke haard op de achtergrond: al vanaf zijn achttiende heeft hij dezelfde vrouw. Dat mag uniek heten, als je een leven leidt zoals hij dat doet.

Verwonderd en voldaan tegelijk ben ik uiteindelijk in slaap gevallen. Het was 1 uur, en ‘Nooit meer slapen’ ging verder zonder mij.

Het roerige leven van Dick Verdult in ‘Het is waar maar niet … – Radio 1

Geplaatst in Beeldende kunst, radio | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

HOE DICHTERBIJ…

2017-02-15-hoe-dichterbij

2017 02 15

Wie kan mij zeggen hoe de planeet links op deze foto heet?

De dikke glanzende knikker die ik nu al vele avonden aan de zwarte hemel zie intrigeert me. Hij is zó helder dat ik hem voor het gemak de ‘avondster’ noem. Gisteravond lukte het mij, haar zo ver mogelijk in te zoomen. En zie het resultaat. Nee, het is niet de maan. Die heb ik er als bewijs rechts naast geplakt. De heldere knikker stond ver van de maan af. Sterker nog: de maan verscheen pas veel later, laag aan de horizon. Zijn vol-oranje kleur werd door mijn camera helaas niet overgenomen.

Nu ik die avondster dichterbij heb gehaald groeit het aantal vragen. Niet alleen: wat is haar naam, maar ook: wat betekenen die kringetjes op het oppervlak? En waarom is deze ster wél rond, en de maan niet, op dit moment?

‘Het is een satelliet’, meenden mijn koppen-collega’s, toen ik hun de foto liet zien. Maar een satelliet beweegt zich voort. Daar is hier geen sprake van. Onbeweeglijk en helder staat deze ster daar, elke avond weer. En ze liet zich gewillig fotograferen aan de verder nog volmaakt lege hemel. Ze glimlacht naar me maar geeft niets van zichzelf prijs.

Zoals ik dat in het verleden ook wel met vrienden heb meegemaakt. Je denkt dat je ze kent, je wisselt steeds meer vertrouwelijkheden uit, en opeens haken ze af, of ze vertonen verbijsterende kenmerken. Hoe dichterbij, hoe raadselachtiger. Wijs geworden ben ik meer afstand gaan betrachten. Ik hoef niet alles van die ander te weten. Als de elementen waardoor onze vriendschap ontstond maar blijven bestaan. Bij de een was dat wederzijdse erkenning, bij de ander de persoonlijke warmte. Weer een ander blijkt op dezelfde lijn te liggen met interesses, talenten of passie, waardoor de omgang verrukkelijk wordt.

Toen ik mijn avondster gisteravond dichtbij haalde was ik verbijsterd door de details die ik zag, en die ik niet kan doorgronden. Laat haar dus vanavond maar haar afstand bewaren. Haar glanzende glimlach is mij voldoende.

Ik weet het! Ik zal haar ‘Gioconda’ noemen.

Geplaatst in natuurverschijnselen, sterrenkunde, vriendschap | Tags: , , , , , , | 6 reacties

IETS LIEFS

2073-iets-liefs

2017 02 14

Deze mooie dinsdag start ik met een loopje rond het nog stille dorp. De lucht is prikkelend fris op mijn gezicht. Bij een boerderij wordt mest gevaren. Ik meen al het hoge gepiep van jonge vogels te horen maar dat is ongetwijfeld verbeelding. Ik neem er een stukje kaalgeslagen bosrand bij. Nog steeds belooft het briefje tegen een boom een ‘mooier bos’ aan de Leudalwandelaars. Een specht ratelt vanuit een hoge stam, en heel in de verte kraait een haan. Mijn handen worden warmer, het zonlicht is oorverdovend.

Veertien Februari.

Toen ik in Hilversum op kamers woonde had ik nog nooit van ‘Valentijnsdag’ gehoord. Maar mijn hospita – in een later stadium onze dierbare oude vriendin – gaf mij die dag iets liefs met een hartje erbij. Zo hoorde dat, vertelde ze. In deze radio- en televisiestad leefden we dicht bij reeds bestaande en bij nieuwe trends. Zo hing ze ook een krans aan de voordeur op de dag dat we ons ‘gingen aangeven’ in het stadhuis. De voor-aankondiging van ons huwelijk was volgens de heersende trend een reden om weer iets liefs te doen. Lief-zijn kón nog, in die jaren. Als man kon je nog spontaan je arm om de schouders van een jonge vrouw leggen, of een leuk meisje na-fluiten. Een vrouwelijke collega mocht je nog met ‘schat’ aanspreken, zonder dat zoiets seksistisch genoemd werd.

Tegenwoordig ben je al gauw seksistisch, ofwel -bij kritiek op bepaalde groeperingen- je bent discriminerend. De hokjesgeest maakt ons allemaal, mannen en vrouwen, minder vrij, aan welke kant we ook staan.

Ook trends maken ons minder vrij. Want opeens lijkt het te móeten: lief zijn voor elkaar, speciaal op veertien februari. Dus worden we meteen in een keuze gedwongen: wel of niet daaraan meedoen. Zoals ook op Moederdag en Vaderdag.

Het is jammer, dat een feitelijk lief gebruik in bezit is genomen van de commercie. Hierdoor krijg je de neiging om je ertegen af te zetten. Liefde, passie, genegenheid en vriendschap zitten ‘m immers niet in E-cards, een cadeau, in een verplichte bos bloemen of een duur etentje.

Toch kies ik voor ‘meedoen’, maar dan wel buiten de commercie om. Want los van die commercie, en los van het feit dat deze gebruiken een trend zijn, hou ik er wel van om iemand die ik graag mag eens goed te verwennen. Dat hoeft echter niet eens met materiële giften te gebeuren.

Ik loop rond het dorp en ik denk aan mijn liefste, die nu niet naast mij wandelt en die dus de heerlijke mestgeur moet missen, evenals de zon die recht in mijn gezicht schijnt, en de krassende kraaien hoog boven me.

Ik blijf staan, en ik fotografeer een eerste teken van lente, zijn het Elzenkatjes? De foto draag ik op aan hem: Asjeblieft, lieveling, voor jou. Omdat ik van je hou!

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

FIJN DAT JE ER WAS

2062-2017-02-13-fijn-dat-je-er-was

2017 02 13

In interviews op radio en tv klinkt tegenwoordig steevast als openingszin: ‘Fijn dat je er bent’. Daar moet ik aan denken als ik Galerie De Zeemeermin in Steijl betreed.

Het is daar een vrolijke boel. Onze vriend heeft daar zijn ‘hobbywerkjes’ uitgestald, zoals hij ze bescheiden noemt. Ze vullen maar liefst twee ruimtes. Bijzonder aan die expositie is het onderwerp: het is Carnaval wat de klok slaat. De galerie-eigenaar leidt ons trots rond. ‘Je moet deze beeldengroepen zien zoals kerstgroepen’, vindt hij. De kerstbeeldjes gaan na het kerstfeest voor een jaar terug de kast in. Zo zou het ook met deze Carnavalsbeeldjes kunnen. Dan blijven ze exclusief. En dan ademen ze een volgend jaar wederom deze zelfde vrolijkheid.

Ze zijn gemaakt met zichtbaar plezier, in bonte kleuren hier en daar, en in hilarische poses. Mijn echtgenoot die Carnaval louter iets vindt om over te redeneren vanaf een veilige afstand krijgt bijna zin om dit jaar mee te gaan doen. Dat wil heel wat zeggen!

In plaats daarvan maken we het voornemen om zodra we thuis zijn ‘er eentje te nemen’, op het succes van onze vriend. Het kopje koffie in de galerie slaan we dus af. Als we de auto naderen lijken de Carnavalsbeeldjes ons door de reeds gesloten deur nog na te roepen: ‘Leuk dat je er was!’.

Je kunt nog tot en met zondag gaan kijken. Openingstijden: zaterdag 11.00 – 16.00 uur, zondag 12.00 tot 17.00 uur. Adres: De Zeemeermin, Nabben 13,  5935 VM Steyl (het is een doodlopend weggetje).

Geplaatst in Beeldende kunst, creativiteit, expositie, vriend | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen